nl/en
Publicatie ⸱ 14-07-2013

Rechtsverwerking naar omstandigheden: art. 6:89 BW

14 juli 2013 – Een succesvol beroep op art. 6:89 BW bevrijdt de schuldenaar van iedere rechtsvordering van de schuldeiser die – en ieder verweer van de schuldeiser dat – feitelijk gegrond is op het niet beantwoorden van de prestatie aan de overeenkomst of de verbintenis. Met de vaststelling dat de schuldeiser niet binnen bekwame tijd tegen een gebrek in de prestatie heeft geprotesteerd zijn alle contractuele remedies, vernietigingsvorderingen en vorderingen uit onrechtmatige daad vervallen en kan de schuldeiser niet in daarop gegronde rechtsvorderingen worden ontvangen.

Bovenstaand verstrekkende rechtsgevolg heeft in de afgelopen jaren tot een toenemende stroom van rechtspraak geleid, die vooralsnog culmineerde in een drietal in februari 2013 door de Hoge Raad gewezen arresten. Timo Jansen schreef een bijdrage in het Tijdschrift voor de Ondernemingsrechtpraktijk (TOP) waarin eerst de thans door de Hoge Raad opgedragen toepassingswijze van deze bepaling wordt besproken om vervolgens te verkennen welke thema’s het juridisch debat in de ondernemingsrechtpraktijk van de komende tijd kunnen raken in geval een schuldenaar zich op art. 6:89 BW beroept.

Belangenwaardering

In Van de Steeg/Rabobank overwoog4 de Hoge Raad dat art. 7:23 BW voor koop een met art. 6:89 BW vergelijkbare regel is met dezelfde ratio. Hieruit volgt zijns inziens dat de in HR 29 juni 2007, NJ 2008, 606 (Pouw/Visser) en HR 25 maart 2011, NJ 2013, 5 (Ploum/Smeets II) in verband met art. 7:23 BW geformuleerde rechtsregels van overeenkomstige toepassing zijn bij een beroep op art. 6:89 BW in geval van een gesteld gebrek in een prestatie die in iets anders bestaat dan in de aflevering van een verkochte zaak.

Dit brengt kort gezegd met zich dat bij beantwoording van de vraag of is voldaan aan de in art. 6:89 BW besloten liggende onderzoeksplicht (het in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs van de schuldeiser te verwachten onderzoek naar de vraag of de geleverde prestatie aan de overeenkomst beantwoordt) en klachtplicht (protest bij schuldenaar binnen bekwame tijd nadat schuldeiser gebrek in prestatie heeft ontdekt of bij onderzoek had behoren te ontdekken) acht dient te worden geslagen op “alle omstandigheden van het geval, waaronder de aard en inhoud van de rechtsverhouding, de aard en inhoud van de prestatie en de aard van het gestelde gebrek in de prestatie.”

Lees het volledige artikel Rechtsverwerking naar omstandigheden: art. 6:89 BW.

Heeft u vragen over dit onderwerp, neem contact op:

Event ⸱ 13-02-2026
SDU Event: Van strategie naar actie: Tech compliance in de bestuurskamer
Event ⸱ 13-02-2026
International Employment Lawyer’s (IEL) Spring European Employment Summit
Kantoornieuws ⸱ 12-02-2026
Chambers Global 2026: stevige positie, erkenningen en groei voor Lexence!
Recente zaak ⸱ 11-02-2026
Lexence trad op als juridisch adviseur van de aandeelhouders van Returnista Holding B.V.
AI - Blogreeks Technology & Data ⸱ 10-02-2026
De Data Act in beweging: wat je nú moet regelen
Recente zaak ⸱ 30-01-2026
Lexence behaalt succes voor Uber-chauffeurs
Infosheet ⸱ 29-01-2026
Digitale Compliance Roadmap 2026
Blog ⸱ 29-01-2026
Omnibus I: Europese duurzaamheidsregels op de schop
Infosheet ⸱ 26-01-2026
Belangrijke wijzigingen ten aanzien van het Europese prospectusregime: Geen prospectusplicht tot 12 miljoen euro
Kantoornieuws ⸱ 22-01-2026
Lexence eindigt op de vijfde plek in de League Tables 2025!
Persbericht ⸱ 22-01-2026
Lexence en de Koninklijke Nederlandse Roeibond bundelen krachten voor talentontwikkeling
Recente zaak ⸱ 20-01-2026
Lexence heeft Hartman Holding B.V. bijgestaan bij de verkoop van aandelen in Hartman Beheer B.V.
Kantoornieuws ⸱ 15-01-2026
Per 1 januari is Merle van den Berg gestart bij Lexence in de rol van counsel.
Recente zaak ⸱ 13-01-2026
Lexence heeft HC Partners bijgestaan met betrekking tot haar partnership met Holst Dakbedekkingen.
Interview ⸱ 12-01-2026
Dinesh Kanhai deelt zijn visie in Hello Zuidas
Alle berichten