Lexence

Kamer wil dat regering positie huurder versterkt

15 Februari 2021 – De Tweede Kamer heeft een motie aangenomen van de Kamerleden Smeulders (Groen Links) en Van Aartsen (VVD) die de positie van de huurders moet versterken ten koste van de verhuurder.

Hierbij een commentaar van Tomas Steenmetser, partner van Lexence. Hij gaf een week terug in de nieuwsbrief van PropertyNL commentaar op de eerste twee corona uitspraken in gewone procedures. Lees hier het hele artikel.

Contactpersonen Tomas Steenmetser
Expertise Huurrecht
Leestijd 2 min leestijd

‘De motie kent twee pijlers. De eerste pijler is een verzoek aan de regering om op korte termijn de juridische positie van huurders te versterken door met een handreiking te komen om huurverlaging mogelijk te maken wanneer er sprake is van sluiting als gevolg van coronamaatregelen. Aanvankelijk wilde de indieners dat er op dit gebied wetgeving zou komen, maar daar voelt de regering weinig voor. Dat is terecht, want wetgeving op dit onderwerp is nogal een lastige klus. Iedere situatie vergt maatwerk. Daarvoor hebben wij nu eenmaal rechters. Hoe de handreiking waar nu om gevraagd wordt eruit ziet, blijft voor nu onduidelijk.

Dat brengt mij bij de tweede pijler. De indieners verzoeken de regering ook om met huurders, verhuurders en banken om de tafel te gaan om te komen tot een akkoord over huurverlaging voor bedrijven die zijn gesloten vanwege coronamaatregelen. Juist de verwijzing naar de banken is interessant. Tot nu toe zijn de banken immers nogal stil. Het wordt tijd dat de banken echt een stap gaan maken, zoals versoepeling van de aflossingsregels, uitstel van rente en rentekorting voor huurders en verhuurders. Want als de coronacrisis ten opzichte van een verhuurder een onvoorziene omstandigheid is die een ingreep van de rechter rechtvaardigt, dan geldt dat net zozeer ten opzichte van anderen, waaronder dus de bank. Overigens zijn er nog meer crediteuren denkbaar die een beweging kunnen maken, zoals nutsbedrijven, verzekeraars en de belastingdienst.

De motie legt ook nog een ander punt bloot. In het politieke debat wordt eigenlijk al jaren negatief gedaan over verhuurders. Wellicht is dat de reden dat de motie zich primair op verhuurders richt. Het negatieve beeld dat de politiek heeft van verhuurders is onterecht. Alsof verhuurders zich onredelijk, star en onwelwillend opstellen. Integendeel. Kennelijk beseft men niet dat het hier gaat om voor de maatschappij (dus ons allemaal) belangrijke en soms zelfs essentiële bedrijven/instellingen. De meeste van de verhuurders zijn pensioenfondsen, beursgenoteerde bedrijven en particuliere beleggers die zonder uitzondering zich samen met retailers inspannen om mooie winkelgebieden te realiseren en in stand te houden. Bedrijven die mede bepalend zijn voor vitale winkelgebieden en een veilige leefomgeving. Daarbij wordt intensief samengewerkt met de andere belanghebbenden, zoals de overheid en banken. Onterecht dus dat de politiek primair haar pijlen richt op één enkele groep. Het is juist belangrijk dat alle belanghebbenden (inclusief de politiek) met elkaar samenwerken en verantwoordelijkheid nemen. Daar moet de politiek zich op richten. In zoverre is de motie winst omdat die nadrukkelijk de banken noemt. Hopelijk pakken zij de verantwoordelijkheid.’