Lexence

Wet werken na AOW-gerechtigde leeftijd | De 4 belangrijkste maatregelen

24 december 2015 – Op 1 januari 2016 treedt de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd in werking. Deze nieuwe wet dient belemmeringen weg te nemen voor de arbeidsmarktpositie van de AOW-gerechtigden. Waardoor werken na de AOW-leeftijd op basis van een arbeidsovereenkomst vergemakkelijkt wordt. Daarnaast houdt de wet ook rekening met het risico van verdringing van jongere werknemers door AOW-gerechtigden. De belangrijkste maatregelen zijn opgenomen in onderstaand artikel.

Contactpersonen Annejet Balm
Expertise Arbeidsrecht
Leestijd 2 min leestijd
Ontslag

Sinds de inwerkingtreding van de Wet Werk en Zekerheid is het mogelijk om de arbeidsovereenkomst met een werknemer op te zeggen in verband met het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. De werkgever hoeft daarvoor geen procedure meer te starten bij het UWV of de kantonrechter. De transitievergoeding is in dat geval niet verschuldigd.

De Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd verplicht werkgevers in de publieke sector verplicht om AOW-gerechtigden als eerste te ontslaan bij een reorganisatie. Deze regel geldt al voor de private sector.

Opzegtermijn

De opzegtermijn voor het opzeggen van een arbeidsovereenkomst met een AOW-gerechtigde wordt beperkt tot 1 maand in plaats van de huidige wettelijke opzegtermijn die, afhankelijk van de lengte van het dienstverband, 1 tot 4 maanden bedraagt.

Ketenregeling

De wet leidt tot een aanpassing in de ketenbepaling.In plaats van maximaal 3 arbeidscontracten voor bepaalde tijd in een periode van maximaal 24 maanden, kan een werkgever met een AOW-gerechtigde ten hoogste 6 tijdelijke contracten aangaan met in totaal een maximumduur van 48 maanden voordat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat. Alleen arbeidsovereenkomsten die zijn aangegaan ná het bereiken van de AOW-leeftijd worden hierbij in aanmerking genomen. De keten begint derhalve na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd opnieuw te lopen.

Ziekte

De wet beperkt de loondoorbetalingplicht, de re-integratieverplichtingen en het opzegverbod van de werkgever bij ziekte tot maximaal 13 weken in plaats van 2 jaar, onder meer ter beperking van de kosten van werkgevers bij ziekte. Vanwege het maximale termijn van de re-integratieverplichtingen zal het opstellen en uitvoeren van een plan van aanpak en de verplichting van de werknemer om hieraan mee te werken komen te vervallen.

De zieke AOW-gerechtigde werknemers die geen recht hebben op loondoorbetaling van de werkgever krijgen recht op een Ziektewet-uitkering van maximaal 13 weken. Dit is met name van belang voor AOW-gerechtigden die werken op basis van een uitzendovereenkomst met een uitzendbeding en voor werknemers van wie de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt tijdens de loondoorbetalingsperiode. Vanaf 1 juli 2016 zal deze Ziektewet-uitkering worden verhaald op de werkgever.

Overig

Werkgevers zijn niet verplicht om in te stemmen met een verzoek van een AOW-gerechtigde werknemer om zijn arbeidsduur aan te passen.

De Wet minimumloon (WML) wordt ook van toepassing op AOW-gerechtigden. Zo voorkomt men dat AOW-gerechtigden minder loon ontvangen dan het wettelijk minimumloon en tevens belemmert het mogelijke verdringing.

De wettelijke bepalingen van de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd vindt u hier.