Lexence

Wereldwijd concurrentiebeding van 2 jaar blijft in stand

8 juli 2016 – Sinds de inwerkingtreding van de Wet werk en zekerheid (Wwz) op 1 januari 2015 is het niet langer toegestaan om een concurrentiebeding op te nemen in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Een geldig concurrentiebeding dat is opgenomen in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, is in principe gewoon afdwingbaar. Ook wanneer dit beding zeer ruim is geformuleerd. Uit de rechtspraak volgt wel dat rechters een maximale duur van een jaar over het algemeen redelijk achten.

Betrokkenen Annejet Balm
Expertise Arbeidsrecht
Leestijd 2 min leestijd

Bij het vonnis van 20 juni 2016 oordeelde de kantonrechter Amsterdam in kort geding dat het de werknemer in kwestie gedurende een periode van 2 jaar niet is toegestaan om – waar dan ook ter wereld – een managementfunctie uit te oefenen bij een ander online marketingbureau.

Op 20 juni 2016 heeft de kantonrechter Amsterdam uitspraak gedaan in een kort geding dat was aangespannen door de werknemer tegen zijn (ex-)werkgever. De werknemer was op 1 april 2014 in dienst getreden bij zijn werkgever, een online marketingbureau, in de functie van Head Country Management. Bij de omzetting van zijn contract voor bepaalde tijd naar een vast dienstverband eind oktober 2015, zijn partijen een concurrentiebeding overeengekomen. Op grond van dit concurrentiebeding is het (in het kort) de werknemer niet toegestaan om binnen twee jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst een managementfunctie uit te oefenen bij een onderneming gelijk aan, of gelijksoortig aan dat van werkgever. Het beding bevat – onverplicht – een uitgebreide motivering waarom de werkgever een concurrentiebeding noodzakelijk acht.

De werknemer heeft op 28 april 2016 zijn dienstverband per e-mail opgezegd per 1 juni 2016. In dat verband heeft hij de werkgever laten weten in Azië een soortgelijk bedrijf als dat van werkgever te willen oprichten. De werkgever hield hem echter aan het concurrentiebeding.

In kort geding vorderde de werknemer schorsing van het concurrentiebeding, althans matiging in duur (tot een jaar) en in geografisch bereik (tot Europa en Australië). De werknemer stelde dat bij het volledig in stand blijven van het concurrentiebeding, hij onevenredig in zijn belangen zou worden geschaad.

De kantonrechter heeft echter alle vorderingen van de werknemer afgewezen. De volgende argumenten speelden daarbij, onder meer, een rol:

De kantonrechter achtte de vrees van de werkgever voor concurrentie door de werknemer dan ook groot: niet alleen in Nederland maar wereldwijd. Temeer nu de activiteit van de werkgever een internetdienst betreft die niet plaatsgebonden is. De werknemer dient zich dan ook de komende twee jaar aan het overeengekomen concurrentiebeding te houden.