Lexence

De toepasselijkheid van de EED-richtlijn voor verhuurders

22 december 2018 – Nog maar kort geleden oordeelde Hof Den Haag in de klimaatzaak Urgenda dat de Staat, vanwege strijdigheid met haar zorgplicht ex artikelen 2 en 8 EVRM, onrechtmatig handelt door verdere emissiereductie van broeikasgassen na laten. Daarnaast dient de Staat de emissie met ten minste 25% te reduceren per eind 2020, aldus het hof. Met dit arrest in het achterhoofd ligt het voor de hand dat de Staat een nog actievere houding aan moet (en zal) nemen om de uitstoot van broeikasgassen verder tegen te gaan. Joris Kickken schreef een artikel in Tijdschrift Huurrecht in Praktijk waarin hij ingaat op de diverse (Europese) regelgeving met betrekking tot energiebesparing en welke mogelijke gevolgen dit kan hebben voor verhuurders.

Typende hand op laptop
Contactpersonen Joris Kickken
Expertise Huurrecht
Leestijd 1 min leestijd
Typende hand op laptop

De actieve houding van de Staat om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan is in ieder geval terug te zien in onder meer de recente aanpassing van het Bouwbesluit 2012. In artikel 5.11 van het Bouwbesluit 2012 is vastgelegd dat het met ingang van 1 januari 2023 alleen is toegestaan om een kantoorgebouw in gebruik te nemen dat beschikt over tenminste een energie-index van 1,3 of beter (ook wel energielabel C genoemd). Hoewel deze verplichting een stap in de juiste richting is, geeft een energielabel slechts inzage in de energieprestatie van een gebouw. Een energielabel zegt daarentegen niets over de activiteit en het daarmee gemoeide (feitelijke) energieverbruik van de gebruiker in dat gebouw.

Voor het terugdringen van het (feitelijke) energieverbruik bestaan aparte verplichtingen die zijn terug te vinden in de Europese Energie-Efficiency Richtlijn. De EED is in 2012 door het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie vastgesteld om de doelstelling van 20% lager Europees energieverbruik in 2020 te helpen realiseren. De EED moet bijdragen aan een verminderde uitstoot van broeikasgassen.

De EED geldt voor lidstaten, maar bevat ook specifieke bepalingen die van toepassing zijn op ondernemingen. Mogelijk zijn deze daarom ook van toepassing op verhuurders. Die specifieke bepalingen zien op zowel het zorg dragen voor een energie-audit (art. 8 EED) als het uitvoeren van een kosten-batenanalyse in het geval een onderneming een nieuwe stookinstallatie opricht (art. 14 EED).

Deze twee bepalingen zijn in de Nederlandse wetgeving op hun beurt nader uitgewerkt in de Tijdelijke regeling implementatie artikelen 8 en 14 Richtlijn Energie-Efficiëntie (hierna de Tijdelijke regeling). Aangezien de regeling al uiterlijk 5 juni 2014 geïmplementeerd had moeten zijn, is gekozen om de materie met betrekking tot de energie-audit en de kosten-batenanalyse vooralsnog in een ministeriële regeling op te nemen.

Lees het volledige artikel De toepasselijkheid van de EED-richtlijn voor verhuurders.

Bron: Sdu, Tijdschrift Huurrecht in Praktijk, nummer 8, december 2018