Lexence

Actualiteiten Warmtewet

22 december 2018 – In Tijdschrift Huurrecht in Praktijk gaat Vincent Boumans in op de recente ontwikkelingen met betrekking tot de Warmtewet. Hij kijkt vooruit naar de wijzigingen op de Warmtewet in het inmiddels door de Eerste Kamer aangenomen wetsvoorstel en hij sluit het artikel af met een overzicht van jurisprudentie waarin de Warmtewet een rol heeft gespeeld.

Contactpersonen Vincent Boumans
Expertise Huurrecht
Leestijd 2 min leestijd

De ogenschijnlijk geruisloze en uiteindelijk snelle inwerkingtreding van de Warmtewet in 2013 en 2014 zou kunnen doen vermoeden dat de wetgever weinig problemen voorzag met de inwerkingtreding van de Warmtewet. Echter, zeven maanden na de inwerkingtreding ziet de Minister al de noodzaak om de Tweede Kamer te informeren over knelpunten.

De Minister constateert in de brief van 7 juli 2014 met name praktische bezwaren voor VvE’s die leverancier zijn van warmte onder de Warmtewet. De Minister maakt daarbij nog niet het onderscheid tussen VvE’s die enkel leveren aan eigenaren en VvE’s die ook leveren aan huurders van de appartementsrechten in de VvE. Voor de eerste groep geldt dat zij zowel de financiële risico’s lopen van de VvE als de gebruikers zijn van de door de VvE geleverde warmte. Er ontstaat dan een broekzak-vestzakcirkel, waarbij de VvE als leverancier de nodige kosten moet maken, welke kosten uiteindelijk door de gebruikers worden gedragen. De Minister kondigt in deze brief aan dat VvE’s in de toekomst zullen worden uitgezonderd van de Warmtewet. Deze uitzondering wordt op dat moment nog niet
expliciet gemaakt voor woningcorporaties en commerciële vastgoedpartijen.

Andere knelpunten die worden onderkend door de Minister zijn de onduidelijkheid in de definities van de Warmtewet, het feit dat de Warmtewet thans geen ruimte biedt voor het toepassen van correctiefactoren voor de ligging van een woning en warmteverlies in transportleidingen, onduidelijkheden omtrent de kosten van meting van het warmteverbruik bij warmtekostenverdelers, onnauwkeurigheden bij het berekenen van de maximumprijs indien er geen GJ-meter aanwezig is, onduidelijkheden met betrekking tot de verplichte storingsregistratie en zorgen omtrent het ontbreken van regels omtrent de veiligheid van de installaties tot levering van warmte. In de brief van 7 juli 2014 kondigt de Minister aan dat hij bereid is om te zoeken naar oplossingen voor deze knelpunten. Overigens zonder dat de Minister wil tornen aan de uitgangspunten van de Warmtewet, zoals het Niet-Meer-Dan-Anders (NMDA)-principe en de bescherming van de kleine gebonden
gebruikers van warmte.

Op 2 april 2015 kondigt de Minister een volledige herziening aan van de Warmtewet. Niet alleen de geconstateerde onduidelijkheden nopen hiertoe, maar ook de onstatering dat de Warmtewet zich onvoldoende leent voor het maximaal benutten van het potentieel van verduurzaming van de warmtevoorziening. Er wordt door de Minister vaart gemaakt met een volledige evaluatie van de Warmtewet. Tegelijkertijd wordt de ACM door de Minister bij brief van 1 juli 2015 verzocht om bij de handhaving rekening te houden met de voorgenomen algehele herziening van de Warmtewet en in ieder geval rekening te houden met de aanstaande uitzondering voor VvE’s en de toekomstige mogelijkheid om correctiefactoren toe te passen.

Lees het volledige artikel Actualiteiten Warmtewet.

Bron: Sdu, Tijdschrift Huurrecht in Praktijk, nummer 8, december 2018