Nieuws op beloningsgebied: update bonusplafond in de financiële sector en advies Raad van State over loontransparantie
Bonusplafond – verduidelijking identified staff
In dit artikel licht Naomi Reijn bespreekt zij twee recente ontwikkelingen: het bonusplafond en loontransparantie. Nieuws over het bonusplafond: in de Nota naar aanleiding van het verslag van de Eerste Kamer van 30 maart 2026 wordt duidelijkheid gegeven over het begrip identified staff en de aansluiting bij bestaande Europese kaders. Eerder stemde de Tweede Kamer in met een aanpassing van het bonusplafond waardoor dit nog slechts voor identified staff zou gelden.
Op 30 maart 2026 heeft de minister van Financiën de Nota naar aanleiding van het verslag aan de Eerste Kamer gestuurd. De minister onderscheidt drie groepen financiële ondernemingen:
- Banken en grote beleggingsondernemingen
Voor deze groep wordt voor identified staff aangesloten bij artikel 92 lid 3 CRD en de Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/923. - Financiële ondernemingen met een identified staff‑begrip in sectorale EU‑wetgeving
Het gaat om verzekeraars, bepaalde beleggingsondernemingen en premiepensioeninstellingen. Voor deze groep moet het identified staff‑begrip worden uitgelegd conform het toepasselijke sectorale EU‑kader (en niet het CRD-kader). - Financiële ondernemingen zonder identified staff‑begrip in sectorale EU‑definitie
Voor onder meer betaaldienstverleners en financieel adviseurs wordt, volgens de toelichting, aangesloten bij de CRD-definitie. Deze ondernemingen zullen zelf een passende invulling moeten geven aan het begrip identified staff, waarbij eventueel toekomstig beleid van toezichthouders in beginsel niet bindend is voor de sector.
Tot slot bevestigt de minister dat het niet mogelijk is om werkzaamheden te “splitsen”: een persoon kan niet gedeeltelijk als identified staff kwalificeren.
Update loontransparantie: advies van Raad van State
De Raad van State heeft op 7 april 2026 een advies gepubliceerd over het wetsvoorstel ter implementatie van de Richtlijn Loontransparantie (Richtlijn (EU) 2023/970). In het advies benadrukt de Raad van State het belang van gelijke beloning, maar plaatst tegelijkertijd kritische kanttekeningen bij de wijze waarop het voorstel is vormgegeven. Dat maakt duidelijk dat de implementatie op zichzelf noodzakelijk is, maar dat de huidige uitwerking nog vragen oproept over de effectiviteit, uitvoerbaarheid en juridische bestendigheid.
De belangrijkste punten uit het advies zijn:
- Regeldruk & effectiviteit
De Raad wijst op de aanzienlijke administratieve lasten voor werkgevers, onder meer door rapportageverplichtingen en het opzetten van functiewaarderingssystemen. Daarnaast merkt de Raad op dat nog onduidelijk is hoe de effectiviteit van de maatregelen zal worden geëvalueerd en dat de verwachtingen van het resultaat niet te hoog gespannen moeten zijn. - Implementatie & deadlines
De implementatiedeadline van 7 juni 2026 wordt niet gehaald. Daarnaast wijkt de voorgestelde datum voor de eerste loonrapportage af van de richtlijn, wat vragen oproept over de juridische toelaatbaarheid en mogelijke risico’s voor de Staat. De Raad van State benadrukt dat het niet is toegestaan om af te wijken van de implementatietermijn op grond waarvan werkgevers met meer dan 150 werknemers vanaf 7 juni 2027 zouden moeten beginnen met rapporteren. - Toezicht & uitvoering
De Arbeidsinspectie kan loonrapportages slechts beoordelen op aanwezigheid en niet op juistheid, waardoor het toezicht naar verwachting beperkt effectief is. Ook blijft onvoldoende gemotiveerd waarom geen gebruik wordt gemaakt van de optie om loonrapportages (deels) centraal te organiseren, wat de lasten voor werkgevers mogelijk zou kunnen verlichten. - Monitoringsorgaan & privacy
Er bestaat nog onzekerheid over de aanwijzing en uitvoerbaarheid van het monitoringsorgaan. Daarnaast zijn er vragen over de verwerking van persoonsgegevens, waaronder de omgang met gegevens van non-binaire werknemers en de waarborgen onder de AVG bij (indirect) herleidbare looninformatie.
Het advies maakt duidelijk dat transparantie alleen niet volstaat – de effectiviteit hangt sterk af van de praktische uitvoering en de kwaliteit van analyses. Gelet op de opmerkingen van de Raad van State ligt aanpassing van het wetsvoorstel in de rede. Daarmee komt ook de beoogde inwerkingtreding per 1 januari 2027 onder druk te staan.
Meer weten? Neem contact op met Naomi Reijn en haar team!