nl/en
Publicatie ⸱ 26-01-2016

Het slapend dienstverband: een uitweg of een valkuil?

26 januari 2016 – Voor 1 juli 2015 konden werkgevers met toestemming van het UWV de arbeidsovereenkomst na twee jaar ziekte opzeggen zonder dat de werknemer recht had op een ontslagvergoeding. Deze kosteloze eenzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst na langdurige arbeidsongeschiktheid is sinds 1 juli 2015 niet meer mogelijk. Werknemers hebben nu een wettelijk recht op de transitievergoeding, ook wanneer zij langer dan twee jaar arbeidsongeschikt zijn. Dit is alleen niet zo indien er sprake is geweest van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door de werknemer of wanneer de werknemer zelf de beëindiging initieert zonder dat er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever.

Omzeilen vergoeding door ‘slapend dienstverband’ brengt risico’s met zich mee

Werkgevers worden bij een zieke werknemer derhalve met hoge kosten geconfronteerd. Gedurende twee jaar zijn zij verplicht het loon door te betalen en kosten te maken voor de re-integratie van de werknemer, waar vervolgens de transitievergoeding (en eventueel een billijke vergoeding bij ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever) nog eens bovenop komt. Er zijn werkgevers die het betalen van een vergoeding willen voorkomen door middel van een zogeheten ‘slapend dienstverband’. In een dergelijke situatie blijft de werknemer die langer dan twee jaar ziek is in dienst en lopen de re-integratieverplichtingen door, maar is er door de werkgever geen loon of transitievergoeding verschuldigd.

Aan het slapend in stand houden van de arbeidsovereenkomst kleven risico’s. De zieke werknemer die op enig moment herstelt kan namelijk aanspraak maken op hervatting van (passend) werk en op (gedeeltelijke) loondoorbetaling. Bovendien zal de zieke werknemer moeten worden meegenomen in de afspiegeling bij een reorganisatie, niet zijnde bedrijfssluiting. Daarnaast kan de werknemer zelf het initiatief nemen tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst, waarbij hij recht heeft op de transitievergoeding (en eventueel een billijke vergoeding) indien hij kan aantonen dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld of nagelaten. Gedurende het slapend dienstverband loopt de transitievergoeding op. De vraag die hierbij rijst, is of het enkel laten bestaan van de arbeidsovereenkomst wegens het niet willen betalen van de transitievergoeding voldoende is om te spreken van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door de werkgever.

3 conclusies op basis van uitspraken

Minister Asscher meent dat het onbetaald in dienst houden van een werknemer teneinde de transitievergoeding te omzeilen getuigt van onfatsoenlijk werkgeverschap. Verschillende rechters hebben zich inmiddels over dit onderwerp uitgelaten. Op basis van deze uitspraken kunnen de volgende conclusies worden getrokken:

  • Er bestaat geen verplichting voor de werkgever om de arbeidsovereenkomst te beëindigen, ook niet als het gaat om een arbeidsovereenkomst met een langdurig zieke werknemer (Kantonrechter Gouda, 21 oktober 2015 en Kantonrechter Rotterdam, 6 november 2015).
  • Het voorgaande geldt ook als de reden voor het in stand laten van de arbeidsovereenkomst is gelegen in het niet willen betalen van de transitievergoeding (Kantonrechter Rotterdam, 6 november 2015).
  • De werkgever die de arbeidsovereenkomst enkel in stand houdt vanwege het niet willen betalen van de transitievergoeding handelt weliswaar onfatsoenlijk, maar dit betekent nog niet dat dit ook is te kwalificeren als ernstig verwijtbaar handelen of nalaten op grond waarvan de werknemer bij een ontbindingsverzoek recht zou hebben op de transitievergoeding en een billijke vergoeding (Kantonrechter Almere, 2 december 2015).

Het slapend dienstverband is derhalve volgens deze kantonrechters toegestaan en wordt voorlopig niet als ernstig verwijtbaar handelen aangemerkt, zelfs niet indien de werkgever het niet betalen van de transitievergoeding als enige reden aanvoert. Of deze lijn wordt voortgezet door andere rechters houden wij scherp voor u in de gaten.

Heeft u vragen over dit onderwerp, neem contact op:

Recente zaak ⸱ 04-06-2026
Lexence heeft Hearing Investment B.V. begeleid bij de verkoop van IntoEars Holding B.V. aan Oorwerk B.V.
Blogreeks Amsterdamse Handelsgeest ⸱ 28-05-2026
Van digitale stad naar AI: wie heeft de controle?
Interview ⸱ 26-05-2026
Middelgrote advocatenkantoren lonken onder druk van AI-kosten naar samenwerking
Webinar ⸱ 22-05-2026
Webinar actualiteiten huurrecht bedrijfsruimte
Podcast Amsterdamse Handelsgeest - Van de Gouden Eeuw tot Nu ⸱ 22-05-2026
De Digitale Stad, AI en de Toekomst van Technologie
Publicatie ⸱ 20-05-2026
Update beloningen: bonusplafond financiële sector, loontransparantie en WNT
Interview ⸱ 19-05-2026
Nieuwe employer branding van Lexence: persoonlijk en to the point
Recente zaak ⸱ 18-05-2026
Lexence heeft HC Partners geadviseerd bij haar partnership met Dakvisie
Recente zaak ⸱ 12-05-2026
Lexence heeft De Jong & Laan geadviseerd bij haar voorgenomen partnership met CROP
Blogreeks ESG ⸱ 07-05-2026
Wil je concreet aan de slag met ESG, maar weet je niet waar te beginnen?
Podcast ⸱ 05-05-2026
Zeven jaar uitzenden bij Ahold en het onderzoeksdebacle bij Ongehoord Nederland
Blogreeks Vastgoed en recht in de praktijk ⸱ 04-05-2026
Logistiek vastgoed verhuren? Denk aan triple net, maar leg het goed vast
Event ⸱ 22-04-2026
Ontbijtseminar ‘ESG voor bestuurders: afwachten of sturen? Inzichten voor toekomstbestendig ondernemen’
Blog ⸱ 16-04-2026
Artikel over AI van Stephanie ter Brake en Heleen Kleinjan in Tijdschrift Ondernemingsrechtpraktijk
Kantoornieuws ⸱ 16-04-2026
League Tables Q1 2026: Lexence stijgt in ranglijst van dealvolume
Alle berichten