Wat zijn de Equator Principles?
De Equator Principles zijn een internationaal raamwerk waarmee financiers de milieu- en sociale risico’s van projecten beoordelen en beheersen. Ruim 120 financiële instellingen wereldwijd hebben het raamwerk onderschreven, waaronder diverse Nederlandse banken zoals ABN Amro, Rabobank en ING.[1] De huidige versie, EP4, geldt sinds oktober 2020.[2]
Voor banken is het raamwerk een vrijwillige verbintenis. Voor de onderneming die financiering zoekt, is dat anders: de bank neemt de vereisten op als voorwaarden en convenanten in de financieringsdocumentatie. Daarmee worden zij contractueel bindend.
Voor wie en wanneer gelden de Equator Principles?
De Equator Principles zijn van toepassing wanneer een onderneming financiering aantrekt bij een financier die de principes heeft onderschreven en het gaat om een van de volgende financieringsvormen:
- projectfinanciering (of advisering daarover) met totale projectkosten van ten minste USD 10 miljoen;
- een projectgerelateerde bedrijfsfinanciering van ten minste USD 50 miljoen, met een looptijd van ten minste twee jaar, die grotendeels betrekking heeft op één project waarover de onderneming operationele zeggenschap heeft;
- een overbruggingsfinanciering die bedoeld is om te worden geherfinancierd met een van de hiervoor genoemde financieringsvormen; of
- onder voorwaarden, een herfinanciering of overnamefinanciering van een project dat eerder onder de Equator Principles is gefinancierd.
De principes gelden voor nieuwe projecten en voor uitbreidingen of aanpassingen van bestaande projecten die tot significante nieuwe milieu- of sociale risico’s kunnen leiden. Valt een financiering binnen deze reikwijdte, dan is de eerstvolgende stap dat de financier het project categoriseert.
Categorisering
Aan welke vereisten bedrijven precies moeten voldoen, hangt af van de categorie waarbinnen zij door de financier worden ingedeeld op basis van de aard en omvang van de potentiële milieu- en sociale risico’s. Er zijn drie categorieën:
- Categorie A: potentieel significante nadelige effecten die divers, onomkeerbaar of ongekend zijn;
- Categorie B: beperkte nadelige effecten, die doorgaans locatiegebonden, grotendeels omkeerbaar en goed te beheersen zijn;
- Categorie C: minimale of geen nadelige effecten.
Hoewel de financier de categorisering verricht, baseert hij zich grotendeels op de informatie die de onderneming aanlevert. Een goed onderbouwde projectbeschrijving kan daarom het verschil maken tussen Categorie A en Categorie B.
Op basis van de categorie bepaalt de financier welke van de onderstaande verplichtingen gelden. Waar EP4 een verplichting voor Categorie B-projecten ‘waar passend’ voorschrijft, beslist de financier per project of die verplichting van toepassing is.
Naleving van Nederlandse wet- en regelgeving
Het project moet voldoen aan de relevante milieu- en sociale wetgeving en vergunningvereisten van het land waar het project wordt uitgevoerd. Voor Nederlandse projecten vormt Nederlandse wetgeving het uitgangspunt en valt te denken aan de omgevingsvergunning onder de Omgevingswet (bijvoorbeeld voor milieubelastende activiteiten of een Natura 2000-activiteit in verband met stikstof), een eventuele milieueffectrapportageplicht en arbeidsomstandighedenwetgeving. De financier zal willen zien dat de vereiste vergunningen zijn verleend en bij voorkeur onherroepelijk zijn. Voor Categorie C-projecten blijft het in beginsel bij deze verplichting en het bijbehorende covenant (zie hieronder).
Milieu- en sociale beoordeling
Voor Categorie A- en Categorie B-projecten moet de onderneming de milieu- en sociale risico’s en effecten van het project in kaart brengen, proportioneel aan de aard en omvang van het project. Voor Categorie A-projecten, en waar passend voor Categorie B-projecten, gaat het om een uitgebreide Environmental and Social Impact Assessment (ESIA), inclusief een klimaatrisicoanalyse. Projecten met een uitstoot in Scope 1 en Scope 2 van samen meer dan 100.000 ton CO₂-equivalent per jaar moeten bovendien een analyse van minder CO₂-intensieve alternatieven maken. De klimaatrisicobeoordeling kan onderdeel zijn van de ESIA of andere beoordelingsdocumenten.
Managementsysteem en managementplan
Voor Categorie A- en Categorie B-projecten moet de onderneming beschikken over een Environmental and Social Management System (ESMS): het overkoepelende systeem voor milieu-, sociale en veiligheidsrisico’s, dat op ondernemings- of projectniveau kan bestaan. Brengt de milieu- en sociale beoordeling risico’s aan het licht, dan moet een Environmental and Social Management Plan (ESMP) worden opgesteld. Daarin moet worden vastgelegd hoe die risico’s worden aangepakt en welke maatregelen nodig zijn om aan de toepasselijke normen te voldoen.
Stakeholderbetrokkenheid
Voor Categorie A- en Categorie B-projecten moet de onderneming aantonen dat belanghebbenden, zoals omwonenden, tijdig en op passende wijze zijn geïnformeerd en betrokken. De aanpak sluit aan bij de projectrisico’s en lokale context, met bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen.
Klachtenmechanisme
Voor Categorie A-projecten en waar passend voor Categorie B-projecten, moet de onderneming een klachtenmechanisme inrichten waarmee belanghebbenden zorgen kunnen melden en waarmee deze worden opgevolgd.
Onafhankelijke toetsing en monitoring
Voor Categorie A-projecten en, waar passend, Categorie B-projecten wordt voorafgaand aan financial close een onafhankelijke milieu- en sociale beoordeling uitgevoerd ten behoeve van de financier. Deze omvat onder meer de beoordelingsdocumentatie, het managementsysteem, de managementplannen en de stakeholderbetrokkenheid. Deze toetsing ondersteunt het due diligence-onderzoek van de financiers en de vaststelling of aan de Equator Principles wordt voldaan.
Na financial close zijn gedurende de lening onafhankelijke monitoring en rapportage vereist. Deze worden verzorgd door een onafhankelijke milieu- en sociale consultant of door externe deskundigen die de monitoringinformatie verifiëren.
Convenanten in de financieringsdocumentatie
Voor alle projecten moet de onderneming zich in de financieringsdocumentatie verbinden om in alle materiële opzichten aan de toepasselijke milieu- en sociale wet- en regelgeving te blijven voldoen. Voor Categorie A- en Categorie B-projecten komen daar convenanten bij over onder meer naleving van het ESMP en het actieplan en periodieke rapportage aan de financier. Niet-naleving kan uiteindelijk leiden tot een opeisingsgrond. Hoe het begrip ‘materieel’ wordt ingevuld en welke herstelperiodes gelden, zijn daarom belangrijke onderhandelingspunten.
Rapportage en transparantie
Voor Categorie A-projecten en waar passend voor Categorie B-projecten, moet een samenvatting van de ESIA online beschikbaar worden gesteld. Projecten met een uitstoot in Scope 1 en Scope 2 van samen meer dan 100.000 ton CO₂-equivalent per jaar moeten daarnaast, ongeacht de categorie, jaarlijks over hun broeikasgasemissies rapporteren.
Wanneer beginnen?
In de praktijk zien wij regelmatig dat ondernemingen pas laat ontdekken dat hun financier een Equator Principles-toets verlangt. Dat kan leiden tot vertraging, aanvullende informatieverzoeken en onverwachte kosten. Een milieubeoordeling, een stakeholdertraject of een vergunningprocedure kost immers al snel enkele maanden. Ons advies is daarom om te beginnen zodra u voorziet dat u projectfinanciering nodig zult hebben, en in elk geval vóór de kredietaanvraag. Concreet betekent dit:
- nagaan of de beoogde financiering onder EP4 valt;
- de verwachte categorie inschatten en de informatie verzamelen die nodig is om deze tegenover de financier te onderbouwen;
- de vergunningenpositie toetsen, inclusief lopende procedures en risico’s zoals stikstof;
- in kaart brengen welke documentatie al beschikbaar is en wat nog ontbreekt, zoals een ESMS of ESMP; en
- de contractuele positie voorbereiden: welke EP4-convenanten zijn acceptabel en hoe worden verplichtingen doorgelegd naar aannemers en leveranciers?
Hoe wij u kunnen helpen
Hoe aan de EP4 kan worden voldaan is zowel een juridisch als een strategisch vraagstuk. Daarom werken Lexence en ESG Boutique hierin samen. Lexence adviseert over de juridische aspecten, zoals de toepasselijkheid van EP4, de vergunningenpositie en de onderhandeling over de financieringsdocumentatie. ESG Boutique ondersteunt als strategisch adviesbureau bij de inhoudelijke ESG-voorbereiding, zoals het inrichten van het ESMS en de aanpak van stakeholderbetrokkenheid.
Overweegt uw onderneming een projectfinanciering? Neem dan gerust contact met ons op.