nl/en
Alumni

‘Het is echt een kantoor van machers’

Toen alumnus Michiel van Schooten 25 jaar geleden bij Lexence begon, was dat nogal een sprong in het diepe. Uiteindelijk zag hij het kantoor groeien van veertig naar 170 medewerkers. Hoe kijkt hij terug op zijn tijd bij Lexence, en wat doet hij nu?

Het balletje tussen Michiel en Lexence ging rollen door een ontmoeting tussen Luc Habets en Joost Houtman bij een mediation zaak. Joost was net gestart bij Lexence (toen nog Van Schoonhoven In ’t Veld) en suggereerde Luc om ook bij het kantoor te komen. Luc werkte toen al bijna 10 jaar bij Baker McKenzie en Michiel was daar net twee jaar aan de slag na eerst zeven jaar bij Houthoff te hebben gewerkt. Zij kenden elkaar van de Beroepsopleiding en speelden samen in het Jonge Balie Hockeyteam. Zij zaten niet op hun plek bij Baker McKenzie. Het was tijd voor iets anders. ‘We hebben later nog vaak lachend tegen elkaar gezegd dat we niet echt ergens naartoe gingen, we gingen vooral ergens weg. We hadden geen benul van de situatie bij Lexence, maar de mensen spraken ons wel aan’.

‘Hier staan wij voor als kantoor en als pijnlijk ingrijpen nodig is om de cultuur te bewaken dan doen we dat’

Dat het kantoor nog in de kinderschoenen stond had ook voordelen, zegt Michiel nu. ‘Samen met collega’s konden we de organisatie zo inrichten als wij dachten dat het goed was, zonder gehinderd te worden door bestaande structuren of uiteenlopende belangen. Ook de cultuur bepaalden we zelf’. Die cultuur kenmerkt zich door ondernemerschap, het ontbreken van poeha, respectvolle omgangsvormen en persoonlijk contact, aldus Michiel. ‘Het is echt een kantoor van machers. De waarden waren belangrijk en als pijnlijk ingrijpen nodig was om de cultuur te bewaken, dan deden we dat. Zo hebben we weleens een samenwerking opgezegd met kantoorgenoten die niet in die cultuur pasten’. Het ondernemerschap maakte ook zijn werk interessant. ‘In mijn werk zat ik vaak met ondernemende cliënten aan tafel. Zij doen het echt voor zichzelf, voor hun eigen bedrijf. Dat geeft veel betrokkenheid en dat maakt je werk heel plezierig’.

‘Het is zo mooi om jonge mensen om je heen te hebben, die groeien, beter worden, grappen en grollen uithalen en gekke dingen meemaken’

Hoewel hij nog altijd erg genoot van het contact met kantoorgenoten, merkte hij de afgelopen jaren dat hij zowel inhoudelijk als bestuurlijk in herhaling begon te vallen. Daarnaast kwam hij te weinig toe aan andere interesses zoals zeilen, schaatsen, fietsen, lezen, zijn eiland in Loosdrecht en vrijwilligerswerk. Toen hij in coronatijd niet op kantoor kwam, beviel hem dat buiten spelen eigenlijk zo goed dat hij dacht: ik ga niet meer terug naar binnen. ‘Mijn werk mis ik inhoudelijk niet, maar de mensen en dan met name het dagelijks met jonge mensen aan de slag zijn, dat mis ik wel. Het is zo mooi om jonge mensen om je heen te hebben, die groeien, beter worden, die grappen en grollen uithalen en gekke dingen meemaken!’ Het afscheidsboek vol herinneringen van en aan kantoorgenoten koestert hij dan ook erg. En hoewel het verlaten van het kantoor een geleidelijk proces was, was de laatste dag wel gek voor hem. ‘Dat je alles ingeleverd hebt en voor het laatst de parkeergarage uitrijdt, dat is wel een moment wat je heel bewust beleeft’.

‘Nu help ik mensen die echt hulp nodig hebben’

Hij heeft nog regelmatig contact met oud-collega’s. Juridisch-inhoudelijk werk doet hij niet veel meer. Michiel heeft nog een enkel commissariaat en zit in het bestuur van De Rode Hoed, De Nieuwe Liefde en het Compagnie Theater. ‘Het is enorm leuk om mee te mogen denken over de programmering en activiteiten van dit soort organisaties’. Direct na zijn vertrek bij kantoor gaf hij zich op als vrijwilliger bij Big Brothers Big Sisters Amsterdam en inmiddels zit hij daar ook in het bestuur. Die organisatie koppelt vrijwilligers aan kwetsbare kinderen van 5 tot 18 jaar, die baat hebben bij een 1-op-1 mentorrelatie. ‘Ik trek nu ruim een jaar op met Mohammed Amin. Eén keer per week ga ik met hem op pad. We gaan varen, naar Ajax, samen koken en schaken. De eerste keer dat ik hem zag, vroeg ik hem wat hij later wilde worden. Ingenieur, zei hij, want ik hou van mooie gebouwen. Toen ik hem vroeg welk gebouw hij mooi vond, noemde hij één gebouw: ‘De Schoen’.

decorative image

‘Dat vrijwilligerswerk vind ik echt fantastisch om te doen. Ik zeg weleens voor de grap, nu help ik mensen die echt hulp nodig hebben’. Het weggaan bij Lexence heeft hem opgeleverd wat hij voor ogen had. De vrijheid die hij nu ervaart, bevalt hem goed. ‘Ik heb nu veel meer ruimte in mijn hoofd, voor mijn vrouw Anne Marie, onze kinderen en vrienden. Ik denk dat het me een aangenamer mens heeft gemaakt’. Hij zou iedereen op kantoor willen adviseren om iets maatschappelijks te doen naast het werk. ‘Je houdt een bredere blik op de wereld en blijft kennis nemen van andere delen van Nederland die je in de commerciële advocatuur nooit tegenkomt. Dat is ontzettend leuk en leerzaam’.

Heeft u vragen over dit onderwerp, neem contact op: