nl/en
Publicatie ⸱ 10-10-2023

Meedenken met de toekomst van werk: Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden

Nieuwe wetgeving in de maak voor ZZP’ers

Afgelopen vrijdag is de internetconsultatie gestart voor het langverwachte wetsvoorstel Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden. Dit wetsvoorstel beoogt helderheid te verschaffen over de arbeidsstatus van arbeidskrachten. In dit artikel zetten wij de belangrijkste uitgangspunten van het wetsvoorstel op een rij, zodat u op een gedegen manier uw stem kunt laten horen op de internetconsultatie.

Expertise

Direct naar de internetconsultatie

In het wetvoorstel is opgenomen dat niet alleen indicaties die wijzen op het bestaan van een gezags- of ondergeschiktheidsrelatie gewicht hebben bij de beoordeling van een arbeidsrelatie. In de wet krijgen nu ook de mate van ondernemerschap in een betreffende arbeidsrelatie en, onder omstandigheden, de eigenschappen van de werkende persoon een volwaardige plek en gewicht. In de rechtspraak werden deze elementen al meegenomen bij de beoordeling.

De Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden introduceert drie hoofdelementen ter beoordeling van gezag

In de Wet wordt de norm ‘werken in dienst van’ (het gezagscriterium) uit artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek nader gestructureerd en ingevuld door drie hoofdelementen:

  1. werkinhoudelijke sturing (A),
  2. organisatorische inbedding (B), en
  3. werken voor eigen rekening en risico (C)

In bepaalde omstandigheden waarin de afweging van de drie hoofdelementen geen uitsluitsel biedt is er nog een extra element (C+) dat bij de beoordeling betrokken kan worden.

Stroomschema | Toetsingskader beoordeling ‘werken in dienst van ander’

Elementen en indicaties voor werkgeversgezag

De drie hoofdelementen van gezag worden verder ingekleurd door een limitatieve lijst van indicaties voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst die later apart uitgewerkt zullen worden in een algemene maatregel van bestuur. De indicaties zijn in de memorie van toelichting al toegelicht en hieronder opgenomen.

Werkinhoudelijke aansturing (element A)

  • De werkgevende is bevoegd om aanwijzingen en instructies te geven over de wijze waarop de werkende de werkzaamheden moet uitvoeren en de werkende moet deze ook opvolgen;
  • De werkgevende heeft de mogelijkheid om de werkzaamheden van de werkende te controleren en is bevoegd om op basis daarvan in te grijpen.

Organisatorische inbedding (element B)

  • De werkzaamheden worden verricht binnen het organisatorisch kader van de organisatie van de werkgevende;
  • De werkzaamheden behoren tot de kernactiviteit van de organisatie;
  • De werkzaamheden hebben een structureel karakter binnen de organisatie;
  • Werkzaamheden worden zij-aan-zij verricht met werknemers die soortgelijke werkzaamheden verrichten.

Eigen rekening en risico (element C)

  • De financiële risico’s en resultaten van de werkzaamheden liggen bij de werkende;
  • Bij het verrichten van de werkzaamheden is de werkende zelf verantwoordelijk voor gereedschap, hulpmiddelen en materialen;
  • De werkende is in het bezit van een specifieke opleiding, werkervaring, kennis of vaardigheden, die in de organisatie van de werkgevende niet structureel aanwezig is;
  • De werkende treedt tijdens de werkzaamheden zelfstandig naar buiten;
  • Er is sprake van een korte duur van de opdracht en/of een beperkt aantal uren per week.

Gedrag van werkende in economisch verkeer (aanvullend element C+)

  • De werkende heeft meerdere opdrachtgevers per jaar;
  • De werkende besteedt tijd en/of geld aan het verwerven van een reputatie en het vinden van nieuwe klanten of opdrachtgevers;
  • De werkende heeft bedrijfsinvesteringen van enige omvang;
  • De werkende gedraagt zich administratief als zelfstandig ondernemer: is ingeschreven bij de KVK, is btw-ondernemer en/of heeft recht op de fiscale voordelen van het ondernemerschap (zoals ondernemersfaciliteiten).

Rechtsvermoeden van een dienstverband

Naast de verduidelijking van het wettelijk kader om te bepalen of de arbeidskracht een werknemer of zelfstandige is, wordt een extra rechtsvermoeden ingevoerd op basis van een uurtarief. Bij een tarief onder € 32,24 exclusief BTW (peildatum 1 juli 2023) wordt vermoed dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst. Er ontstaat dus niet automatisch een arbeidsovereenkomst, maar de werkende kan zich in geval van een tarief onder deze norm wel op het rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst beroepen en gemakkelijker een arbeidsovereenkomst opeisen (bij de eigen werkgever en desnoods via de civiele rechter). Het gaat hierbij wel om een weerlegbaar rechtsvermoeden. Dit betekent dat de werkgevende kan proberen aan te tonen dat er géén sprake is van een dienstverband en wel degelijk van zelfstandigheid.

Geplande tijdstip van inwerkingtreding van de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden

Het beoogde tijdstip van inwerkingtreding van de voorgestelde regels is 1 juli 2025, mits uitvoerbaar. Er is geen overgangsrecht voorzien. Dit houdt in dat de regels bij inwerkingtred onmiddellijk van kracht worden. En dus dat de regels van toepassing zijn op elke arbeidsovereenkomst die op 1 juli 2025 bestaat en op arbeidsovereenkomsten die op of na die datum ingaan.

Over het team arbeidsrecht van Lexence

Ons team van arbeidsrechtexperts adviseert en vertegenwoordigt nationale en internationale ondernemingen en non-profitorganisaties. We behandelen arbeidsconflicten, reorganisaties en medezeggenschap, in diverse sectoren. We adviseren HR-afdelingen, bedrijfsjuristen, ondernemingsraden en bestuurders over alle aspecten van het arbeidsrecht. Het team arbeidsrecht houdt van korte lijnen en komt graag snel to the point. Meer weten over het team arbeidsrecht klik hier.

Download het stroomschema

Heeft u vragen over dit onderwerp, neem contact op:

Infosheet ⸱ 07-07-2026
Verstrekken van kredieten van buiten de EU onder toezicht?
Infosheet ⸱ 06-07-2026
Zomer Data Detox: pak regie over je data
Recente zaak ⸱ 29-06-2026
Lexence heeft de aandeelhouders van Deus geadviseerd bij de transactie met Eraneos.
Recente zaak ⸱ 25-06-2026
Lexence heeft de Jong & Laan begeleid bij de aansluiting van Contaxus.
Recente zaak ⸱ 23-06-2026
Lexence heeft HC Partners geassisteerd bij haar strategische samenwerking met dakAlliance
Blog ⸱ 23-06-2026
Merkrecht als basis voor waarde: bescherm en handhaaf je merk
Recente zaak ⸱ 22-06-2026
Lexence trad op als adviseur bij de overname van een meerderheidsbelang in VanWonen.
Podcast ⸱ 15-06-2026
Aflevering van de podcast-serie Proefschriftelijk met Naomi Reijn
Blogreeks Vastgoed en recht in de praktijk ⸱ 15-06-2026
Netcongestie bij bestaande bouw: op wiens naam staat de aansluiting?
Podcast ⸱ 10-06-2026
Hoe ver mag een werknemer gaan zonder concurrentiebeding?
Recente zaak ⸱ 04-06-2026
Lexence heeft Hearing Investment B.V. begeleid bij de verkoop van IntoEars Holding B.V. aan Oorwerk B.V.
Blogreeks Amsterdamse Handelsgeest ⸱ 28-05-2026
Van digitale stad naar AI: wie heeft de controle?
Interview ⸱ 26-05-2026
Middelgrote advocatenkantoren lonken onder druk van AI-kosten naar samenwerking
Webinar ⸱ 22-05-2026
Webinar actualiteiten huurrecht bedrijfsruimte
Podcast Amsterdamse Handelsgeest - Van de Gouden Eeuw tot Nu ⸱ 22-05-2026
De Digitale Stad, AI en de Toekomst van Technologie
Alle berichten