nl/en
Publicatie ⸱ 08-05-2014

Het concurrentiebeding in de Wet werk en zekerheid

8 mei 2014 – ​Per 1 juli 2014 zullen naar verwachting de eerste wijzigingen die voortvloeien uit de Wet werk en zekerheid (hierna: de WWZ) hun intrede doen. De WWZ brengt een aanzienlijk aantal ingrijpende wijzigingen teweeg op het gebied van het ontslagrecht, de positie van de flexwerker en de Werkloosheidswet. In dit artikel worden de wijzigingen besproken die de wettelijke regeling van het concurrentiebeding de komende tijd zal ondergaan en de gevolgen die de aanpassingen voor uw onderneming kunnen hebben.

De huidige situatie

Een concurrentiebeding beperkt werknemers in hun mogelijkheden om na beëindiging van het dienstverband elders werkzaam te zijn. Gelet op het feit dat een concurrentiebeding inbreuk maakt op het recht van de werknemer om zelf te bepalen waar hij werkzaam is, zijn aan de toepasselijkheid van een concurrentiebeding strikte eisen verbonden. Het concurrentiebeding moet namelijk schriftelijk en met een meerderjarige werknemer zijn overeengekomen. Indien aan deze twee voorwaarden is voldaan, is het concurrentiebeding rechtsgeldig overeengekomen. Het beding kan zijn werking echter geheel of gedeeltelijk verliezen in een drietal situaties, namelijk (i) indien de arbeidsverhouding ingrijpend is gewijzigd, (ii) indien de werknemer, in verhouding tot het belang van de werkgever, door het concurrentiebeding onredelijk wordt benadeeld of (iii) indien de werkgever door de wijze van beëindiging van de arbeidsovereenkomst schadeplichtig is tegenover de werknemer.

De toekomstige situatie

Met ingang van 1 juli 2014 geldt als hoofdregel dat een concurrentiebeding uitsluitend nog kan worden opgenomen in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is enkel nog toegestaan wanneer de betrokken werknemer specifieke werkzaamheden verricht of een specifieke functie heeft. De werkgever zal exact moeten motiveren welke zwaarwichtige bedrijfs- of dienstbelangen een concurrentiebeding noodzakelijk maken en die motivering moet ook dragend zijn. Er geldt een zogenaamde ‘dubbele toets’: de werkgever dient het zwaarwichtige bedrijfs- of dienstbelang inhoudelijk uit te leggen en dit belang moet bovendien blijken uit de motivering. Een zwaarwichtig bedrijfs- of dienstbelang kan onder meer zijn het belang van de werkgever om klanten en/of knowhow te behouden en voorkoming van het risico dat bedrijfsgeheimen in verkeerde handen komen. Belangrijk in dit verband is dat de noodzaak zowel bij het aangaan van het beding als op het moment dat de werkgever zich op het beding beroept, moet bestaan. Is de gegeven motivering niet overtuigend, dan is het beding geheel vernietigbaar. Ontbreekt in zijn geheel enige motivering, dan is het beding nietig en wordt deze geacht nooit te hebben bestaan. Voor concurrentiebedingen die vóór 1 juli 2014 in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot stand zijn gekomen, verandert er overigens niets en kan een motivatie in het beding dus achterwege blijven.

Verder kan de werkgever geen rechten meer aan een concurrentiebeding ontlenen, indien de arbeidsovereenkomst is geëindigd op een wijze die het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten. Deze norm vervangt de huidige regel dat het beding zijn geldigheid verliest indien de werkgever de arbeidsovereenkomst schadeplichtig heeft beëindigd. Deze wijziging treedt gelijktijdig met de hervorming van het ontslagrecht in werking, namelijk per 1 juli 2015.

Nieuw is ook dat het voortaan mogelijk is om een geschil over het concurrentiebeding in een ontbindingsprocedure af te wikkelen, zodat hierover geen afzonderlijke procedure gevoerd hoeft te worden. Het blijft uiteraard ook nog steeds mogelijk om geschillen aan de rechter voor te leggen die enkel het concurrentiebeding betreffen.

Afsluiting

Werkgevers kunnen na 1 juli 2014 niet meer volstaan met het opnemen van een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zonder een deugdelijke motivatie die blijk geeft van zwaarwichtige bedrijfs- of dienstbelangen. Bij gebreke daarvan kan het concurrentiebeding door de rechter buiten werking worden gesteld. Hoe rechters zullen omgaan met de toetsing van een zwaarwichtig bedrijfs- of dienstbelang zal de toekomst moeten uitwijzen.

Heeft u vragen over dit onderwerp, neem contact op:

Recente zaak ⸱ 24-07-2026
Lexence heeft Caddenz geadviseerd bij de overname van Verkeer Service Zuid-Holland.
Recente zaak ⸱ 22-07-2026
Lexence heeft Sandee Groen geadviseerd bij de toetreding van Scheybeeck als aandeelhouder
Recente zaak ⸱ 21-07-2026
Lexence adviseert de aandeelhouder van Cublend bij verkoop aan Acomo
Recente zaak ⸱ 21-07-2026
Lexence begeleidt Vondel Hotels bij verkoop van Hotel Monastère Maastricht aan Q Hospitality Group
Infosheet ⸱ 07-07-2026
Verstrekken van kredieten van buiten de EU onder toezicht?
Infosheet ⸱ 06-07-2026
Zomer Data Detox: pak regie over je data
Recente zaak ⸱ 29-06-2026
Lexence heeft de aandeelhouders van Deus geadviseerd bij de transactie met Eraneos.
Recente zaak ⸱ 25-06-2026
Lexence heeft de Jong & Laan begeleid bij de aansluiting van Contaxus.
Recente zaak ⸱ 23-06-2026
Lexence heeft HC Partners geassisteerd bij haar strategische samenwerking met dakAlliance
Blog ⸱ 23-06-2026
Merkrecht als basis voor waarde: bescherm en handhaaf je merk
Recente zaak ⸱ 22-06-2026
Lexence trad op als adviseur bij de overname van een meerderheidsbelang in VanWonen.
Podcast ⸱ 15-06-2026
Aflevering van de podcast-serie Proefschriftelijk met Naomi Reijn
Blogreeks Vastgoed en recht in de praktijk ⸱ 15-06-2026
Netcongestie bij bestaande bouw: op wiens naam staat de aansluiting?
Podcast ⸱ 10-06-2026
Hoe ver mag een werknemer gaan zonder concurrentiebeding?
Recente zaak ⸱ 04-06-2026
Lexence heeft Hearing Investment B.V. begeleid bij de verkoop van IntoEars Holding B.V. aan Oorwerk B.V.
Alle berichten