JURISPRUDENTIE ENQUETERECHT JOR 2010/61

De OK heeft bij beschikking van 10 december 2008, «JOR» 2009/38 een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van BV Amsterdamsche Huizenhandel en Administratiemaatschappij (“AHAM”) respectievelijk geconcludeerd dat het voorgenomen ontslag van de huidige bestuurders niet op enige goede grond berust en dat grootaandeelhouder Sint Antonius Stichting (“Sint Antonius”) door dat ontslag niettemin te willen doorzetten in strijd handelt met de redelijkheid en billijkheid ex art. 2:8 BW, alsmede onmiddellijke voorzieningen (verbod om huidige bestuurders te schorsen/ontslaan en benoeming van een commissaris) getroffen.Uit het verslag en de nadere stellingen van partijen komt thans het volgende – op onderdelen andere – beeld naar voren.De OK concludeert in de onderhavige beschikking – enerzijds – dat zich bij AHAM een moeizaam op verandering gericht proces heeft voorgedaan, dat gepaard ging met een impasse in de verhoudingen tussen de aandeelhouders en het bestuur, maar – anderzijds – dat de aandeelhouders een koers hebben willen volgen en doorzetten die een uitweg uit de impasse kon bieden, zodat niet gezegd kan worden dat die impasse en de overige omstandigheden de kwalificatie wanbeleid rechtvaardigen.Het voorgaande brengt mee dat de eerder getroffen voorlopige voorzieningen dienen te worden opgeheven en dat er geen termen (meer) zijn voor (andere) onmiddellijke voorzieningen respectievelijk geen plaats is voor voorzieningen als bedoeld in art. 2:356 BW.

In het hierbij gevoegde artikel vindt u de "noot" van Chris de Bres, partner Ondernemingsrecht over dit besluit.