WETSVOORSTEL BESTUUR EN TOEZICHT

Op 6 november 2008 is het wetsvoorstel “bestuur en toezicht naamloze en besloten vennootschappen” bij de Tweede Kamer ingediend. Het wetsvoorstel heeft betrekking op de inrichting van en het toezicht op het bestuur van een onderneming. Het wetsvoorstel creëert de mogelijkheid om bestuur en toezicht in één vennootschappelijk orgaan onder te brengen, met als doel het Nederlandse bedrijfsleven internationaal aantrekkelijker te maken.

Monistisch stelsel
De Nederlandse wet kent nu het zogeheten dualistische stelsel, waarbij bestuurders en commissarissen in twee aparte organen zijn ondergebracht: de raad van bestuur en de raad van commissarissen. Het wetsvoorstel biedt de mogelijkheid tot het invoeren van een zogeheten monistisch stelsel, waarbij zowel bestuurders als commissarissen deel uit maken van hetzelfde orgaan, dat ook wel de “one-tier board” wordt genoemd. Een dergelijke one-tier board bestaat uit uitvoerende bestuurders en niet uitvoerende bestuurders die toezicht houden. Een groot voordeel van de one-tier board ten opzichte van een stelsel met twee aparte vennootschapsorganen, is de gelijktijdige informatieverschaffing aan alle bestuurders. De niet uitvoerende bestuurders ontvangen de informatie op een moment waarop de uitvoerende bestuurders nog moet beslissen en kunnen daarmee hun toezichthoudende taak beter uitoefenen.

Aansprakelijkheid
Wel betekent een one-tier board dat het aansprakelijkheidsrisico voor de toezichthoudende bestuurders mogelijk groter wordt dan nu voor commissarissen het geval is. Wanneer één van de bestuursleden zijn taak onbehoorlijk uitvoert, zijn de andere bestuurders daarvoor in beginsel ook aansprakelijk. In een one-tier board zijn de toezichthoudende bestuurders in de regel dus aansprakelijk voor onbehoorlijk bestuur van de uitvoerende bestuurders, terwijl commissarissen in ons dualistische stelsel wel aansprakelijk kunnen zijn voor onbehoorlijk toezicht, maar niet voor onbehoorlijk bestuur. Het wetsvoorstel voorziet echter in de mogelijkheid voor een individuele bestuurder om zich aan aansprakelijkheid te onttrekken, namelijk indien hem mede gelet op de aan  de andere bestuurders toebedeelde taken geen ernstig verwijt kan worden gemaakt en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van het onbehoorlijk bestuur af te wenden. Nu ook de  toezichthoudende bestuurders betrokken zijn bij het besluitvormingsproces en zij dezelfde informatie krijgen als de uitvoerende bestuurders, zal het in de praktijk ook voor de toezichthoudende bestuurders niet eenvoudig zijn om met succes een beroep op die uitzondering te doen. 

Tegenstrijdig belang
Het wetsvoorstel bevat ook een nieuwe, gemoderniseerde tegenstrijdig belang regeling. Onder huidig recht wordt de vennootschap, tenzij de statuten anders bepalen, vertegenwoordigd door de raad van commissarissen wanneer een bestuurder en de vennootschap een tegenstrijdig belang hebben. Dit leidt ertoe dat, indien één bestuurder een tegenstrijdig belang heeft, het gehele bestuur onbevoegd is de vennootschap te vertegenwoordigen, hetgeen de nodige rechtsonzekerheid met zich mee brengt. Het wetsvoorstel voorziet in de mogelijkheid dat de bestuurder met het tegenstrijdig belang wordt uitgesloten van deelname aan de besluitvorming. Als dit tot gevolg heeft dat er geen besluit kan worden genomen (bijvoorbeeld omdat er maar één bestuurder is), dan wordt het besluit alsnog genomen door de raad van commissarissen en, bij ontbreken daarvan, door de algemene vergadering van aandeelhouders. Deze regeling geldt ook voor commissarissen met een tegenstrijdig belang, met dien verstande dat indien de raad van commissarissen daardoor geen besluit kan nemen, het besluit door de algemene vergadering van aandeelhouders wordt genomen. Met de invoering van het wetsvoorstel speelt in geval van een tegenstrijdig belang van een bestuurder dus niet langer de vraag of de vennootschap (extern) wel rechtsgeldig is vertegenwoordigd, maar enkel of het besluit (intern) wel rechtsgeldig is genomen. Dit komt de rechtszekerheid ten goede.

De plenaire behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer vindt plaats op 29 oktober 2009.

Sophie Sprockel is advocaat bij de sectie Ondernemingsrecht. Indien u meer informatie over dit onderwerp wilt ontvangen, aarzel dan niet contact met haar op te nemen via s.sprockel@lexence.com.


< Terug