Onlangs oordeelde de Ondernemingskamer dat de verkoop van een dochter een geoorloofde beschermingsmaatregel was nu in casu de continuïteit van de onderneming ernstig zou worden bedreigd door een nieuwe aandeelhouder (Bron: JOR 2009/69)
De casus:
Roubos en Steketee (via MGC) houden samen de aandelen in onderneming Trial, fabrikant van de bekende snack “vlammetjes”. Trial wordt bestuurd door Roubos en heeft twee dochtervennootschappen, Snack en Distributie.
Hoewel aan het begin van de samenwerking was afgesproken dat de aandelen van MGC na een aantal jaar door Roubos zouden worden overgenomen, is aan deze afspraak geen uitvoering gegeven. Een jaar later draagt Trial de aandelen in Snack en Distributie voor NLG 700.000 over aan Pensioen, een vennootschap waarvan alle aandelen worden gehouden door Roubos in privé. Dit is het begin van een hele reeks procedures tussen Roubos en Steketee (althans, MGC).
MGC heeft allereerst de transactie waarbij de activa feitelijk werden verkocht bestreden. Zowel de Rechtbank Rotterdam als het Hof Den Haag hebben geoordeeld dat de transactie onrechtmatig was, omdat de koopprijs aanzienlijk beneden marktwaarde was. In 2000 is de transactie ongedaan gemaakt en de oude structuur hersteld.
Roubos heeft op zijn beurt in twee instanties nakoming gevorderd van de aanvankelijke afspraak waarbij MGC in 1994 als aandeelhouder zou vertrekken. Deze vordering is echter afgewezen.
Vervolgens heeft MGC in 2003 een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken (een enquête) binnen Trial verzocht en gekregen, waarbij Roubos werd geschorst als bestuurder. Een tijdelijke bestuurder werd benoemd en zijn benoeming is twee maal verlengd, maar in februari 2007 stelde de Ondernemingskamer vast dat niet langer sprake was van wanbeleid, en dat de schorsing van Roubos kon worden opgeheven.
Roubos bedenkt zich geen moment en verkoopt een maand later de aandelen in Snack en Distributie opnieuw aan Pensioen voor in totaal 2,2 miljoen euro. Wel heeft Roubos aan BDO de opdracht gegeven de aandelen te waarderen, en BDO komt op een hogere waardering dan het door P betaalde bedrag. Pensioen betaalt het verschil aan Trial, maar Trial leent dit bedrag vervolgens weer door aan Snack en Distributie.
Terwijl Roubos een procedure (ex art. 2:336 BW) aanhangig maakt om eindelijk van MGC als medeaandeelhouder in Trial af te geraken, maakt MGC een tweede enquêteprocedure aanhangig. MGC legt aan haar verzoek onder meer ten grondslag dat:
- de koopsom feitelijk is schuldig gebleven en de AvA niet in de gelegenheid is gesteld hierover te besluiten; en
- Roubos middels deze verkoop de baten van de onderneming naar zich toe heeft getrokken en MGC als aandeelhouder heeft buitengesloten.
De beoogde tweede enquête komt er echter niet. De Ondernemingskamer oordeelt namelijk als volgt:
Ad 1: Hoewel het wel op de weg van Roubos als bestuurder had gelegen om de AvA te informeren over de transactie, had de AvA te dien aanzien geen goedkeuringsrecht. Het vaststellen van de voorwaarden van een transactie is in beginsel namelijk aan het bestuur. Ook overigens kan de transactie niet onzakelijk worden genoemd, nu er weliswaar een lening aan de voormalige werkmaatschappijen is verstrekt vanuit Trial maar daartoe wel zekerheden zijn gevestigd, er een rente is overeengekomen en er ook daadwerkelijk wordt betaald en afgelost.
Ad 2: Op zich is juist dat Roubos de baten van de onderneming naar zich heeft toegetrokken, en MGC als aandeelhouder heeft buitengesloten, maar de Ondernemingskamer vindt dat Steketee het daar zelf naar heeft gemaakt. Gebleken is immers dat Steketee doende was zijn aandelen in MGC over te dragen aan een concurrent van Trial, dusdoende ook de blokkeringsregeling van Trial omzeilend. Van deze concurrent was bovendien bekend dat hij geen interesse had in Trial als geheel, maar slechts in enkele producten.
Kortom, Trial mocht in redelijkheid veronderstellen dat de continuïteit van de onderneming ernstig zou worden bedreigd door een nieuwe feitelijk aandeelhouder, en in dat kader was de verkoop van Snack en Distributie een geoorloofde beschermingsmaatregel.
Frederike Burgers is advocaat in het team Procesrecht. Mocht u vragen hebben, aarzel dan niet contact met haar op te nemen, klik hier voor haar contactgegevens.
< Terug





