TIJD VOOR DUIDELIJKHEID BIJ BEREKENING SCHADEVERGOEDING

Advocaat-Generaal mr. Spier (“AG”) laat zich in zijn conclusie van 4 september 2009 duidelijk uit over de verschillende formules in kennelijk onredelijk ontslagprocedures. De AG stelt voor dat rechters aansluiting zoeken bij een formule waarin rekening wordt gehouden met alle omstandigheden van het geval.


Schadevergoeding in kennelijk onredelijk ontslagprocedures
Kennelijk onredelijk ontslagprocedures zijn procedures waarin doorgaans de werknemer schadevergoeding vordert van zijn oude werkgever nadat hij is ontslagen. De ene kantonrechter paste in deze procedures de kantonrechtersformule toe, de andere deed dat niet. De gerechtshoven keerden zich over het algemeen tegen toepassing van de kantonrechtersformule in kennelijk onredelijk ontslagprocedures. Het hof ‘s-Gravenhage heeft met zeven arresten van 14 oktober 2008 een einde willen maken aan deze ongewenste en onduidelijke situatie. Dit hof neemt sinds 14 oktober 2008 in kennelijk onredelijk ontslagprocedures bij het berekenen van de schadevergoeding de nieuwe kantonrechtersformule als uitgangspunt. Het hof verlaagt de uitkomst standaard met 30%. Tot op heden volgen de andere gerechtshoven het hof ‘s-Gravenhage niet. Integendeel, op 7 juli 2009 hebben de gerechtshoven Amsterdam, ’s-Hertogenbosch, Arnhem en Leeuwarden zelf een formule geïntroduceerd waarmee de schadevergoeding in een kennelijk onredelijk ontslagprocedure kan worden berekend, de zogenaamde XYZ-formule. De XYZ-formule correspondeert met de oude kantonrechtersformule van vóór 1 januari 2009, waarbij de factor Z maximaal op 0,5 wordt gesteld.

Commentaar
De AG heeft een 35 pagina’s tellende conclusie opgesteld als advies aan de Hoge Raad in één van de 14 oktoberarresten van het hof ‘s-Gravenhage. De AG overweegt dat de kernvraag in dit cassatieberoep is of de kantonrechtersformule, al dan niet met een korting, richtsnoer mag zijn in kennelijk onredelijk ontslagprocedures. Bij gebrek aan een betere maatstaf meent de AG dat de kantonrechtersformule de beste (dan wel minst slechte) formule is om de schadevergoeding te berekenen. De standaardkorting van 30% komt de AG echter onjuist voor. Ieder ontslag moet volgens de AG worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Een standaardkorting staat dit in de weg. Dit is tegelijkertijd ook zijn kritiek op de XYZ-formule, die impliciet een standaardkorting van 50% inhoudt. De AG maakt in zijn conclusie meteen van de gelegenheid gebruik zijn kritiek te uiten op de huidige kantonrechtersformule. Hij laat doorschemeren dat de vernieuwde, ingewikkelde berekening van het aantal dienstjaren een duidelijke vergissing is geweest van de Kring van Kantonrechters. De versobering van de formule is “slecht getimed” gelet op de huidige economische crisis, aldus de AG. Deze conclusie is koren op de molen voor de vakorganisaties, die dezelfde kritiek hebben op de nieuwe kantonrechtersformule.

Conclusie
De AG concludeert dat het voor de hand zou liggen dat de kantonrechters en de verschillende gerechtshoven gaan overleggen over één overkoepelende formule: “een formule waarin rekening wordt gehouden met alle omstandigheden, die desondanks rechtsgelijkheid in de hand werkt”. Op 13 november 2009 doet de Hoge Raad uitspraak in deze kwestie. Doorgaans volgt de Hoge Raad de conclusie van de AG.

Wilt u meer informatie over dit onderwerp? Neem dan contact op met Floriëlle Verweij via f.verweij@lexence.com

< Terug