De rechtbank Middelburg heeft onlangs bevestigd dat artikel 22 van de Wet op de ondernemingsraden (“WOR”) de ondernemer dient te beschermen tegen te hoge kosten van de ondernemingsraad (“OR”). Artikel 22 lid 1 WOR bepaalt dat de kosten die redelijkerwijze noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taak van de OR, en de commissies van die raad, ten laste komen van de ondernemer. Lid 2 van genoemd artikel voegt daaraan toe dat de kosten voor het raadplegen van een deskundige door de OR, alsook de kosten voor het voeren van rechtsgedingen door de OR slechts ten laste komen van de ondernemer, indien hij vooraf van de te maken kosten in kennis is gesteld. Dit is alleen anders indien aan de OR een naar eigen inzicht te besteden jaarbudget is toegekend.
De OR van een onderneming heeft zich in verschillende dossiers laten bijstaan door een advocatenkantoor. De OR heeft geen eigen jaarbudget toegekend gekregen. De OR diende derhalve, alvorens kosten voor deskundige bijstand te maken, de ondernemer vooraf in kennis te stellen van de te maken kosten. De OR heeft de onderneming in kennis gesteld van de inschakeling van het advocatenkantoor, waarop de onderneming per dossier een budget heeft afgegeven. Bij de toezegging van de budgetten heeft de onderneming expliciet vermeld dat de OR de budgetten niet mocht overschrijden. Indien het budget ontoereikend zou zijn, diende er door de OR een nieuwe budgetaanvraag te worden ingediend. De declaraties van het advocatenkantoor overstegen het toegekende budget ruimschoots. De onderneming weigerde vervolgens het meerdere te betalen. Het advocatenkantoor heeft vervolgens in een gerechtelijke procedure betaling van de volledige declaraties gevorderd. Volgens het advocatenkantoor zou de bovengrens van het budget geen effect sorteren en was de onderneming op grond van de WOR gehouden de gemaakte kosten volledig te dragen. De onderneming stelde dat zij die bovengrens juist had bepaald, vanwege haar slechte financiële situatie.
Uit de wetsgeschiedenis van artikel 22 WOR volgt dat bij de beantwoording van de vraag of kosten als ‘redelijkerwijs noodzakelijk’ zijn aan te merken niet alleen dient te worden gelet op het belang en de aard van het onderwerp waarvoor de deskundige wordt uitgenodigd en de hoogte van die kosten, maar ook op de financiële draagkracht van de ondernemer. De onderneming mocht een bovengrens stellen en de OR had zich hieraan dienen te houden. Het advocatenkantoor en de OR hadden de onderneming op de hoogte dienen te stellen van de overschrijdingen. De vraag of de overschrijdingen al dan niet het gevolg waren van een halsstarrige houding van de onderneming in betreffende dossiers, speelde hierbij geen enkele rol. Dit betekent dat het advocatenkantoor (dankzij de OR) haar declaraties onbetaald zag.
Als onderneming kan het raadzaam zijn, zeker in het geval van een slechte financiële situatie, een bovengrens te stellen voor de budgetten voor de OR en te eisen dat de OR in overleg treedt bij een verwachte (substantiële) overschrijding van het budget.
Florielle Verweij is advocaat in het team Arbeidsrecht.
< Terug





