IDENTIFICATIEPLICHT

Het Europees Parlement heeft eind 2001 een richtlijn aangenomen (nr. 2001/97/EG) die de identificatieplicht en de meldingsplicht van ongebruikelijke transacties uitbreidt. Hierdoor zijn de sinds 1993 bestaande Wet melding ongebruikelijke transacties (MOT) en Wet identificatie bij dienstverlening (WID) vanaf 1 juni 2003 ook van toepassing op dienstverlening door notarissen, advocaten, belastingadviseurs en accountants. Gevolg van deze wettelijke verplichtingen is dat bovengenoemde adviseurs, voordat zij hun diensten mogen verlenen, bij in de wet aangegeven gevallen eerst de cliënt dienen te identificeren.

Natuurlijke personen worden geïdentificeerd aan de hand van een geldig paspoort of rijbewijs, zoals we dat al bij banken kennen, bijvoorbeeld bij het openen van een rekening. Rechtspersonen worden geïdentificeerd met behulp van een gewaarmerkt uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel en identificatie van de vertegenwoordiger van die rechtspersoon. Voor buitenlanders en buitenlandse rechtspersonen gelden op de situatie toegespitste regels.

Lexence heeft haar relaties op de hoogte gesteld van de inwerkingtreding van deze identificatie- en meldingsplicht. Er bestaan uitzonderingen op de identificatie- en meldingsplicht, bijvoorbeeld met betrekking tot “verkennende” gesprekken. Lexence zal in beginsel bij alle diensten identificatie verlangen.