Faillissement van de vof leidt niet langer automatisch tot faillissement van de vennoten

21 juni 2015
 

Lange tijd was vaste jurisprudentie dat het faillissement van de vof automatisch het faillissement van de vennoten tot gevolg had. Hierop is de Hoge Raad in een arrest van 6 februari 2015 teruggekomen. In dit artikel wordt ingegaan op de achtergrond van deze uitspraak en de praktische gevolgen.

 

Oude regel: faillissement vof = faillissement vennoten
Een vof is een overeenkomst tussen twee of meer vennoten. Zij heeft geen rechtspersoonlijkheid. Wel is sprake van een (van de vermogens van de vennoten) afgescheiden vermogen. Op dit vermogen kunnen schuldeisers van de vof zich verhalen. Schuldeisers kunnen zich ook op het privévermogen van de vennoten verhalen. De wet bepaalt namelijk (in art. 18 WvK) dat alle vennoten voor de schulden van de vof hoofdelijk aansprakelijk zijn.

 

Raakt de vof in financiële problemen, dan is doorgaans onvermijdelijk dat de vennoten daarin worden ‘meegetrokken’. Zij zijn immers voor de vennootschapsschulden aansprakelijk. Tegen deze achtergrond besliste de Hoge Raad in 1927 dat het faillissement van de vof automatisch het faillissement van de vennoten tot gevolg heeft. Deze beslissing is nadien verschillende keren herhaald.

 

Hoge Raad komt terug van oude regel
De Hoge Raad heeft nu erkend dat er omstandigheden denkbaar zijn waarin de vof zich wel in een faillissementssituatie bevindt, maar (een van) de vennoten niet. Gedacht kan worden aan de situatie waarin een vennoot zich met een persoonlijk verweermiddel (bijvoorbeeld een tegenvordering) kan verweren tegen de vordering van de schuldeiser (faillissementsaanvrager). De betreffende vennoot behoort in een dergelijk geval niet failliet te worden verklaard. Dit laatste geldt ook voor de vennoot die heeft verzocht tot de schuldsanering (Wsnp) te worden toegelaten. De schuldsaneringsregeling is immers in het leven geroepen om het faillissement van natuurlijke personen indien mogelijk te voorkomen.

 

Praktische gevolgen
Een schuldeiser die naast de vof ook de vennoten failliet wil laten verklaren, zal dit nu expliciet in zijn aanvraag moeten verzoeken. De rechter zal vervolgens ten aanzien van zowel de vof als de vennoten afzonderlijk moeten nagaan of aan de voorwaarden tot faillietverklaring is voldaan.