Zware toets voor concurrentiebeding bepaalde tijd

30 september 2015
 

Sinds 1 januari 2015 is het (in beginsel) niet langer toegestaan een concurrentiebeding overeen te komen in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Uit de eerste uitspraak van de rechtbank Amsterdam blijkt dat hier niet lichtzinnig over moet worden gedacht.

 

De wijziging per 1 januari 2015
De invoering van de Wet Werk en Zekerheid heeft gevolgen voor het concurrentiebeding in arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Sinds 1 januari 2015 is een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd slechts toegestaan indien de werkgever kan motiveren dat het beding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. Bij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd geldt deze beperking niet. De wetsgeschiedenis biedt nauwelijks uitgangspunten voor een nadere invulling van het begrip "zwaarwegende bedrijfsbelangen".

 

Uitspraak kantonrechter Amsterdam
De kantonrechter te Amsterdam heeft zich hierover op 23 juli 2015 voor het eerst uitgelaten. Uit de uitspraak blijkt dat het enkel noemen van factoren die bijdragen aan zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen, zoals het opgebouwde netwerk, marktgebied, de behoeften en werkwijzen van werkgever, onvoldoende zijn. Deze factoren dienen volgens de kantonrechter nader te worden ingevuld om eventueel aan een zwaarwegend bedrijfsbelang te voldoen.

 

Toch een concurrentiebeding?
Als u toch een concurrentiebeding wenst overeen te komen met een werknemer in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, dan dient expliciet in de arbeidsovereenkomst te worden gemotiveerd waarin zwaarwegend belang van de werknemer in het specifieke geval van de werknemer is gelegen en voldoende te worden geconcretiseerd. Let op: de noodzaak van het concurrentiebeding vanwege zwaarwegende bedrijfsbelangen moet niet alleen bestaan op het moment van het aangaan van het concurrentiebeding, maar ook op het moment dat de werkgever zich op het concurrentiebeding beroept.