Wijziging afspiegelingsbeginsel: voorrang ontslag AOW-gerechtigde werknemers

8 mei 2014
 
​Het afspiegelingsbeginsel is het verplichte criterium waarmee bij een reorganisatie wordt bepaald welke werknemers voor ontslag moeten worden voorgedragen. Per 1 april 2014 is door een wijziging van de Beleidsregels Ontslagtaak UWV ('BOU') de ontslagvolgorde op basis van dit beginsel aangepast. Indien binnen een categorie uitwisselbare functies arbeidsplaatsen komen te vervallen, dient een werkgever voortaan eerst afscheid te nemen van AOW-gerechtigde werknemers binnen die groep.
 
Deze verplichting om eerst afscheid te nemen van AOW-gerechtigde werknemers is opgenomen om de ongewenste situatie te voorkomen dat bij een reorganisatie een 55-jarige werknemer voor ontslag moet worden voorgedragen, terwijl een 72-jarige werknemer binnen dezelfde uitwisselbare functiegroep niet voor ontslag in aanmerking komt vanwege een langer dienstverband.
 
Voor de praktijk betekent dit dat er in het kader van bedrijfseconomische ontslagen een nieuwe rangorde geldt wat betreft de mate van rechtsbescherming van de volgende groepen van medewerkers:
 
Groep 1  Flexibele medewerkers: gedetacheerden, uitzendkrachten, werknemers die zijn ingeleend van een andere bedrijfsvestiging, oproepkrachten/werknemers met een nulurencontract. 
Groep 2  Tijdelijke werknemers van wie het contract binnen 26 weken na datum indiening van de aanvraag eindigt.
Groep 3  AOW-gerechtigde werknemers.
Groep 4  Tijdelijke werknemers van wie het contract na 26 weken na datum indiening van de aanvraag eindigt en werknemers met een dienstverband voor onbepaalde tijd.
 
Op basis van de bovenstaande rangorde komt een werkgever pas aan afspiegeling toe van vaste werknemers en werknemers met een langdurig contract voor bepaalde tijd (groep 4), zodra de gewenste personeelskrimp niet (volledig) wordt bereikt door eerst afscheid te nemen van de medewerkers in groep 1 tot en met 3. Mocht de situatie ontstaan dat er meer AOW-gerechtigde werknemers zijn dan de gewenste personeelskrimp, komt de AOW-gerechtigde werknemer met het kortste dienstverband als eerste voor ontslag in aanmerking.
 
Indien het met het oog op de gewenste krimp noodzakelijk is om tevens afscheid te nemen van werknemers in groep 4, is het belangrijk om te signaleren dat de medewerkers van groep 1 en 3 niet meetellen in het aantal werknemers binnen een uitwisselbare functiegroep. De oudste leeftijdscategorie in de afspiegeling betreft hierdoor de groep werknemers van 55 jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd.
 
Het zal voor werkgevers overigens lastig zijn om deze voorrangsregel ten aanzien van AOW-gerechtigde werknemers te omzeilen. In de BOU is expliciet opgenomen dat de afwijkingsmogelijkheden op het afspiegelingsbeginsel niet van toepassing zijn op AOW-gerechtigde werknemers.