Verstrekken negatieve informatie over ex-werknemer in strijd met zorgvuldigheid

7 maart 2014
 
De Rechtbank Oost-Brabant heeft onlangs geoordeeld dat een werkgever in strijd handelt met de zorgvuldigheid die hij tegenover een voormalig werknemer in acht hoort te nemen door aan de toezichthouder van de nieuwe werkgever mede te delen dat de werknemer op staande voet is ontslagen*.
 
De werknemer is door de werkgever, een bank, op 6 juni 2011 op staande voet ontslagen nadat er naar hem een complianceonderzoek was uitgevoerd. De werknemer heeft de vernietigbaarheid van dit ontslag ingeroepen, waarna de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk is ontbonden. Na zijn ontslag heeft de werknemer gesolliciteerd bij Rabobank. Op het verzoek van Rabobank om informatie te verstrekken over de betrouwbaarheid van de werknemer heeft de werkgever op 26 juli 2011 geantwoord dat de werknemer op staande voet is ontslagen, dat de werknemer de vernietigbaarheid van dit ontslag heeft ingeroepen en dat er verder naar de werknemer wordt verwezen. Vervolgens is op 9 augustus 2011 een arbeidsovereenkomst voor de duur van één jaar met een proeftijd van twee maanden gesloten. De werkgever heeft eind september 2011 uit eigen beweging de Directeur Toezicht van Rabobank Nederland geïnformeerd over de omstandigheden rondom de werknemer, waarna Rabobank de arbeidsovereenkomst met de werknemer heeft opgezegd. Rabobank Nederland is door De Nederlandse Bank belast met de rol van toezichthouder.
 
De kantonrechter oordeelt dat de werkgever in strijd handelt met de maatschappelijke zorgvuldigheid jegens werknemer en daarmee onrechtmatig handelt. Gelet op de aandacht die binnen de financiële wereld voor compliance bestaat, was voorzienbaar dat de mededelingen van de werkgever aan Rabobank Nederland gevolgen zouden kunnen hebben voor het dienstverband van de werknemer bij Rabobank, in die zin dat Rabobank zou afzien van het aangaan dan wel voortzetten van het dienstverband met de werknemer. Daarnaast volgt uit interne en externe regelgeving niet dat de werkgever gehouden was de mededelingen te doen aan de toezichthouder. Er kan echter niet zonder meer worden aangenomen dat de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met de werknemer zonder inmenging van de Rabobank niet zou hebben plaatsgevonden. De werknemer wordt door de kantonrechter in de gelegenheid gesteld om dit te bewijzen.
 
Een (voormalig) werkgever is bij een referentieaanvraag gehouden om aan de (potentiële) nieuwe werkgever een waarheidsgetrouw beeld van de werknemer te verstrekken. Wel dient de werkgever hierbij de op hem rustende zorgvuldigheidsnorm in acht te nemen. Indien een (voormalig) werkgever negatieve informatie verstrekt over een werknemer aan zijn nieuwe werkgever (of een toezichthouder), zonder dat daartoe een noodzaak bestaat, dan is de (voormalig) werkgever mogelijk aansprakelijk voor de schade die de werknemer daardoor lijdt.
 
 
*   Rechtbank Oost-Brabant 13 november 2013, ECLI:NL:RBOBR:2013:6401