Street-one: prognose & zorgvuldigheid

11 april 2017
 

Tien van de in totaal 33 in 2016 gepubliceerde franchise uitspraken gaan over de (on)deugdelijkheid van verstrekte omzetprognoses. En dat is nog maar het topje van de ijsberg, want niet elk geschil mondt uit in een uitspraak. De kwaliteit van prognoses speelt dus een grote rol in de franchisepraktijk. Over de verantwoordelijkheid voor verstrekte prognoses heeft de Hoge Raad op 24 februari 2017 een voor de praktijk belangrijk arrest gewezen in de zaak Street-One.

 

Rechtsregel
Voorafgaand aan het aangaan van de franchiseovereenkomst wordt doorgaans een prognose omtrent de te verwachten winst en omzet aan de (toekomstig) franchisenemer verstrekt. Op het moment dat de prognose niet wordt gehaald, belanden franchisegever en franchisenemer vaak in een discussie achteraf over de kwaliteit van de verstrekte prognose en de verantwoordelijkheid daarvoor. In het Paalman/Lampenier-arrest uit 2002 overwoog de Hoge Raad dat de franchisegever die een prognose verschaft, onder omstandigheden onrechtmatig handelt, indien hij weet dat de prognose ernstige fouten bevat en de franchisenemer niet op deze fouten opmerkzaam maakt. Deze regel ziet op de situatie dat het opstellen van de prognose aan een derde is uitbesteed. Ook de franchisegever mag dan op de juistheid van de prognose vertrouwen. Van onzorgvuldigheid is pas sprake in het geval dat met de wetenschap als hiervoor bedoeld toch een onjuiste prognose wordt verstrekt. In het Street-One-arrest heeft de Hoge Raad nu overwogen dat dit anders is wanneer de franchisegever zelf het onderzoek uitvoert en de resultaten daarvan aan de franchisenemer verstrekt. In dat geval kan ook sprake zijn van onzorgvuldig handelen zonder dat de franchisegever wetenschap heeft dat het rapport fouten bevat, en wel indien onzorgvuldigheid van de franchisegever (waaronder begrepen zijn ondergeschikte en vertegenwoordigers) heeft geleid tot de fouten in het rapport.

 

Gevolgen voor de praktijk
Welbeschouwd brengt het Street-One-arrest een verruiming van de norm voor aansprakelijkheid van franchisegevers met zich mee. Om tot aansprakelijkheid van de franchisegever te kunnen komen, gelden echter nog steeds twee vereisten. De franchisenemer moet aantonen dat de prognose fouten bevat. En als aan dat vereiste is voldaan, moet de franchisenemer aantonen dat onzorgvuldigheid van de franchisegever tot deze fouten heeft geleid. Overigens volgt uit het Street-One-arrest dat zelfs als aan deze twee vereisten is voldaan, aansprakelijkheid van de franchisegever niet gegeven is, maar dat dan "ook van aansprakelijkheid sprake kan zijn". Het is dus niet zo dat met het Street-One arrest de deur naar franchisegeversaansprakelijkheid wagenwijd open is gezet. Vraag is wel of franchisegevers nu het opstellen van prognoses eerder aan derden uit zullen besteden. De praktijk zal dit uitwijzen.

 

Stand van het recht
Hoewel het Street-One-arrest minder baanbrekend lijkt dan door sommigen gedacht, is de door advocaat-generaal Valk geschreven conclusie bij het arrest lezenswaardig. Hij geeft daarin de huidige stand van het recht op franchisegebied treffend weer en plaatst een aantal relevante observaties. Zo stelt hij dat op franchisegevers geen bijzondere zorgplicht rust, zoals bijvoorbeeld op banken vanwege hun bijzondere maatschappelijke positie. Vanzelfsprekend moeten franchisegevers op het moment dat zij in onderhandeling treden over het sluiten van een franchiseovereenkomst, wel hun gedrag mede laten bepalen door de gerechtvaardigde belangen van de franchisenemer (vgl. HR 15 november 1957, NJ 1958/67, Baris/Riezenkamp en HR 19 oktober 2007, NJ 2007/565, Vodafone/ECT). Daarnaast bevestigt hij dat de Nederlandse Franchise Code (NFC, lees hier​), in ieder geval op het punt van de prognoseproblematiek, niet de in Nederland heersende rechtsovertuiging weergeeft. Daar wordt in de praktijk wel anders over gedacht. De NFC bepaalt immers dat de franchisegever dient in te staan voor de deugdelijkheid van de verstrekte prognose. Dit gaat veel verder dan de uit het geldende recht voortvloeiende gehoudenheid tot zorgvuldigheid.

 

Neem voor meer informatie en vragen over aansprakelijkheid vanwege verstrekte omzetprognoses, of vragen over (potentiële) franchisegeschillen in het algemeen, contact op met Timo Jansen (t.jansen@lexence.com of +31 (0)20 5736 736) of Anne Spaargaren (a.spaargaren@lexence.com of+31 (0)20 5736 736).