Schikken in concernverhoudingen: let op de 403-aansprakelijkheid van een moedermaatschappij!

21 juni 2015
 

Het is niet ongebruikelijk dat een moedermaatschappij met betrekking tot één of meer dochters een zogenoemde ‘403-verklaring’ aflegt, zoals bedoeld in art. 2:403 eerste lid sub f BW. In dat geval wordt de dochtermaatschappij vrijgesteld van inrichting van haar jaarrekening overeenkomstig de voorschriften van Titel 9 Boek 2 BW. Keerzijde van die medaille is dat de moeder zich op haar beurt hoofdelijk aansprakelijk verklaart voor schulden uit door die dochter verrichte rechtshandelingen.

 

Let wel: als een dochtermaatschappij een dergelijke schuld met een crediteur schikt, blijft de moedervennootschap die een 403-verklaring heeft afgelegd voor het restant van die schuld van haar dochter aansprakelijk.

 

Bia Beheer-arrest: moedermaatschappij niet bevrijd door schikking dochter
Dit is (vereenvoudigd weergegeven) de regel uit HR 3 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:837 (Bia Beheer). De Hoge Raad bevestigt hierin - in lijn met zijn vaste rechtspraak - dat hoofdelijke aansprakelijkheid (ook) in het kader van art. 2:403 BW niet op één lijn kan worden gesteld met borgtocht. Een borgtocht is namelijk afhankelijk van de verbintenis van de hoofdschuldenaar. De Hoge Raad overweegt voorts dat de hoofdelijke aansprakelijkheid van de moedermaatschappij (Bia Beheer) berust op een zelfstandige verbintenis jegens de schuldeiser, waarvan zelfstandig nakoming kan worden gevorderd. Deze schikking heeft dus alleen tot gevolg dat de schuld van de moeder is verminderd met het schikkingsbedrag.

 

Conclusie en tips
Omdat een 403-verklaring meebrengt dat een moedermaatschappij voor het geheel van de (resterende) schuld van de dochter aansprakelijk blijft, is het van groot belang dat bij het treffen van een schikking door de dochter rekening wordt gehouden met de gevolgen van hoofdelijke aansprakelijkheid van de moeder.

 

In concernverhoudingen zal derhalve moeten worden gecontroleerd of de moedermaatschappij een 403-verklaring heeft gedeponeerd. Daarnaast is het - afhankelijk van de positie die men inneemt - raadzaam om bijvoorbeeld:

  • de moedermaatschappij juist wel of geen partij bij de vaststellingsovereenkomst tussen de dochter en schuldeiser te maken en op die manier de resterende aansprakelijkheid van de moeder wel of niet te kwijten; of
  • in de vaststellingsovereenkomst een derdenbeding op te nemen, of niet te aanvaarden, met de strekking dat de schuldeiser ook kwijting verleent voor haar vordering op de moeder.

 

Neem bij vragen over dit onderwerp, of over aansprakelijkheid binnen concernverhoudingen in bredere zin, contact op met Wesley Vader.