Ontslagbescherming voor bedrijfshulpverleners en preventiemedewerkers

17 januari 2014
 
In de praktijk is relatief onbekend dat een werknemer die zich bezighoudt met arbeidsomstandigheden, zoals de bedrijfshulpverlener of preventiemedewerker, onder omstandigheden ontslagbescherming geniet.
 
In artikel 7:670a lid 1 sub c BW is namelijk bepaald dat de werkgever de arbeidsovereenkomst met een deskundige werknemer als bedoeld in artikel 13 en 14 Arbeidsomstandighedenwet niet zonder voorafgaande toestemming van de kantonrechter kan opzeggen. Een dergelijke werknemer heeft dan ontslagbescherming.
 
Wat is een deskundige werknemer als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet? Onder een deskundige werknemer wordt verstaan een werknemer die binnen een onderneming een onafhankelijke positie inneemt voor wat betreft de veiligheid en gezondheid van werknemers en die door overige werknemers met betrekking tot veiligheid en gezondheid kan worden geraadpleegd. De deskundige werknemer moet ook belast zijn met het verrichten en opstellen van een risico-inventarisatie en -evaluatie, het adviseren van werknemers en uitvoering geven aan maatregelen in het kader van het arbeidsomstandighedenbeleid (artikel 13 lid 7 Arbeidsomstandighedenwet). Zo’n deskundige werknemer kan een bedrijfshulpverlener of preventiemedewerker zijn, maar dat hoeft niet.
 
Als uitgangspunt geldt dat sprake is van ontslagbescherming indien de hoofdtaak van de werknemer het voorkomen van ongevallen is. Indien de werknemer alleen maar belast is met het beperken van de gevolgen van ongevallen heeft hij geen ontslagbescherming. Kortom, er zal steeds per werknemer op basis van genoemde criteria moeten worden vastgesteld of sprake is van ontslagbescherming op grond van artikel 7:670a lid 1 sub c BW. De Hoge Raad heeft overigens bepaald dat voor de vraag of een werknemer als deskundige werknemer kan worden aangemerkt geen hard vereiste is dat die werknemer ook als zodanig is aangesteld door de werkgever (Hoge Raad 27 februari 2009, LJN: BG6446).
 
Wanneer wordt vastgesteld dat een werknemer dergelijke ontslagbescherming geniet, dan zal de werkgever de kantonrechter bij verzoekschrift moeten vragen toestemming te verlenen voor de opzegging van de arbeidsovereenkomst (niet te verwarren met een ontbindingsverzoek ex artikel 7:685 BW). De kantonrechter verleent slechts toestemming indien de werkgever voldoende aannemelijk maakt dat het voorgenomen ontslag geen verband houdt met de wijze waarop de werknemer zijn taken in het kader van de Arbowetgeving uitoefent. Wanneer de werkgever de arbeidsovereenkomst opzegt zonder voorafgaande toestemming van de kantonrechter, kan de werknemer gedurende twee maanden na de opzegging een beroep doen op de vernietigbaarheid van het ontslag (artikel 7:677 lid 5 BW).
 
Naast toestemming van de kantonrechter is voor de opzegging van de arbeidsovereenkomst met de deskundige werknemer meestal ook toestemming van het UWV vereist. Vanwege deze dubbele toets ligt het meer voor de hand dat de werkgever ervoor kiest de arbeidsovereenkomst te laten ontbinden in plaats van op te zeggen.