Nieuwe Warmtewet ook van invloed op verhuurders kantoor- en bedrijfsruimten

16 april 2014
 
Op 1 januari 2014 is de Warmtewet in werking getreden. De Warmtewet kan grote gevolgen hebben voor verhuurders. Niet alleen de verhuurders van woningen, maar ook de verhuurders van kantoor- en bedrijfsruimten zullen de gevolgen van de Warmtewet voelen.
 
De Warmtewet dient uitdrukkelijk ter bescherming van de kleine verbruikers van warmte met een aansluiting van maximaal 100 kW. Een aansluiting van 100 kW kan ongeveer 2.000 m² kantoorruimte verwarmen. Het gaat dan met name om die kleine verbruikers van warmte die voor hun warmte geconfronteerd worden met een monopoliepositie, waarbij de verbruiker voor de levering van warmte ofwel gebonden is aan één bepaalde leverancier, dan wel gebonden is aan één bepaalde wijze van levering. Een dergelijke monopoliepositie doet zich met name voor bij de levering van warmte via stadsverwarming, een blokverwarming of bij de levering van warmte via een WKO (warmte- en koudeopslag).
 
Als een dergelijke monopoliepositie zich voordoet en er wordt warmte geleverd aan kleine verbruikers, dan dient de leverancier te voldoen aan alle voorwaarden en verplichtingen uit de Warmtewet. Een greep uit de verplichtingen waarmee verhuurders geconfronteerd worden: alle leveranciers van warmte hebben een meldplicht bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM), moeten een leveringsovereenkomst sluiten met hun verbruikers en mogelijk dienen leveranciers van warmte een vergunning te hebben. Daarnaast worden de leveranciers geconfronteerd met een maximumprijs voor de levering van warmte aan de gebruikers.
 
Voor vragen over de Warmtewet, voor advies over de toepassing van de Warmtewet en de uit de Warmtewet voortvloeiende verplichtingen voor verhuurders, bijvoorbeeld het opstellen van een (model) leveringsovereenkomst, en voor mogelijke oplossingen om buiten de reikwijdte van de Warmtewet te blijven, kunt u contact opnemen met mr. Vincent Boumans.