Nieuw hotelbeleid voor de regio Amsterdam: kwaliteit boven kwantiteit

28 januari 2014
 
Uit recent onderzoek blijkt dat de hotelmarkt in de regio Amsterdam nog steeds groeipotentie heeft. Het zelfde onderzoek laat echter ook zien, dat na een periode van sterke groei, de nog aanwezige marktruimte voor nieuwe hotelkamers mogelijk al in 2017 is ingevuld. Voor de Metropoolregio Amsterdam (MRA) was deze sterke groei (en het op termijn voorkomen van overaanbod) onder meer aanleiding om het hotelbeleid uit 2007 te evalueren en te herzien. Het resultaat hiervan is de 'Regionale hotelstrategie 2016-2022', welke strategie inmiddels door de gemeenteraden van Amsterdam en Haarlemmermeer is vastgesteld. Een regionaal team zal vanaf 2014 de hotelontwikkelingen in de regio continu gaan volgen en initiatiefnemers op kansrijke gebieden wijzen, waarbij beoogd wordt meer te sturen op kwaliteit in plaats van kwantiteit. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de zogenaamde 'hotelladder'.

 

Sterke groei van het aantal hotelkamers sinds 2006
Het aantal hotelkamers is in de regio Amsterdam sinds 2006 met ruim 25% gestegen tot 32.866 (gegevens eind 2012). Dit is grofweg in lijn met de beleidsambities uit 2006. Destijds is vanwege de hoge kamerprijzen en hoge bezettingsgraad 2006 afgesproken om te streven naar 15.000 extra hotelkamers in de MRA waarvan 9.000 voor Amsterdam en 6.000 voor de rest van de regio. Deze aantallen lijken nu te worden gehaald, mede gelet op de plannen die er nu al liggen voor nieuwe hotels en de transformatie van leegstaande kantoorpanden tot hotels.
 
Nieuw beleid: kwaliteitsbevordering door toepassing van de 'hotelladder'
Het huidige beleid van algehele stimulering wordt losgelaten. In plaats daarvan wordt regionaal ingezet op die hotelontwikkelingen waarvan wordt gedacht dat deze zorgen voor een duurzame waardetoevoeging. Het instrument dat wordt gebruikt om nieuwe hotelinitiatieven te toetsen is de 'hotelladder'. Dit toetsingskader zal door gemeenten gebruikt worden om initiatieven zowel ruimtelijk als kwalitatief te toetsen. Als een initiatief de ladder succesvol doorloopt, kan hier volgens het beleid uit worden afgeleid dat de gemeente aan het initiatief zal meewerken.
 
De verschillende 'treden' van de ladder zijn kort gezegd als volgt:
Trede 1: Voegt het initiatief iets toe aan het bestaande aanbod en zijn omgeving? Daarbij is blijkens het beleid onder meer van belang of het hotel een sterclassificatie krijgt die ondervertegenwoordigd is in zijn directe omgeving. Verder wordt bij trede 1 gekeken naar de 'kwaliteitsimpuls' die het hotel levert voor zijn directe omgeving.
Trede 2: Ligt het initiatief in een zogenaamd 'kansengebied'? Op een 'kansenkaart' worden gebieden aangewezen waar de gemeente bij voorkeur hotelontwikkelingen ziet (en die mogelijk nog niet op het vizier van ontwikkelaars staan. De kansenkaart sluit geen gebieden uit, maar 'kansengebieden' hebben wel 'een streepje voor'.
Trede 3: Is er sprake van transformatie? Herontwikkelingen of sloop/nieuwbouw met functieverandering hebben de voorkeur boven nieuwbouw.
Trede 4: Voldoet het initiatief aan de ruimtelijke en kwalitatieve criteria? In het beleid zijn twaalf vragen geformuleerd aan de hand waarvan de ruimtelijke en economische kwaliteit wordt getoetst. Deze criteria variëren van de aanwezigheid van voldoende hoogwaardig openbaar vervoer en parkeergelegenheid nabij het initiatief, tot het voorhanden zijn van een financier/eindbelegger.
 
Indien een initiatief, ook na eventuele aanpassingen, op onderdelen negatief blijft scoren op de 'hotelladder', betekent dit niet dat het op voorhand niet haalbaar is. In die gevallen zal een regionaal adviesteam zich buigen over het initiatief en uiteindelijk het bestuur van de betreffende gemeente adviseren.
 
Aandachtspunten bij het nieuwe beleid
Hoewel de ‘hotelladder’ op zichzelf een helder toetsingskader lijkt en ook initiatiefnemers aan de voorkant de nodige helderheid kan verschaffen, roept deze ook vragen op. Zo heeft het regionale adviesteam geen formeel-juridische status en zal normaliter het gemeentebestuur beslissingsbevoegd zijn. En wanneer ziet men zich eigenlijk geconfronteerd met de 'hotelladder'? Indien er namelijk sprake is van planologische ruimte voor hotelontwikkelingen, dan is weigeren van medewerking op basis van kwalitatieve criteria in principe niet mogelijk. Daarnaast zet de 'hotelladder' ander en/of meer specifiek beleid dat in verschillende gemeenten/stadsdelen aanwezig zal zijn (bijvoorbeeld 'Grenzen aan het Hotelbeleid' in het Amsterdamse stadsdeel Centrum) uiteraard niet opzij. Welstandscriteria, Bibob-screeningen, exploitatievergunningen en sectoraal beleid zijn daarnaast uiteraard ook onder de nieuwe hotelstrategie onverminderd van belang.