Nederlandse Staat aansprakelijk voor vakantiedagen van zieke werknemers

5 november 2013
 
Op 15 oktober 2013 heeft Gerechtshof Den Haag een werknemer in het gelijk gesteld die de Nederlandse Staat aansprakelijk had gesteld, omdat hij door zijn arbeidsongeschiktheid schade heeft geleden op het punt van de opbouw van vakantiedagen.
 
Voorheen was op grond van de Nederlandse wet de opbouw van vakantiedagen bij arbeidsongeschiktheid beperkt. Een zieke werknemer bouwde alleen vakantie op over de laatste zes maanden van zijn ziekteperiode.
 
Deze wettelijke bepaling bleek echter in strijd met de Europese Richtlijn 2003/88/EG, zodat de wetgeving per 1 januari 2012 is aangepast. De opbouw van vakantiedagen van arbeidsongeschikte werknemers is gelijkgetrokken met die van arbeidsgeschikte werknemers.
 
Voor deze werknemer hield dat in dat hij bij een juiste implementatie van de Richtlijn bij de beëindiging van zijn dienstverband recht had op uitbetaling van aanzienlijk meer vakantiedagen. Aangezien deze schade niet op de werkgever kon worden verhaald (deze handelde immers conform de destijds geldende wettelijke bepaling), heeft de werknemer de Staat aansprakelijk gesteld voor het mislopen van de vakantiedagen. In eerste aanleg oordeelde Rechtbank Den Haag dat de Staat inderdaad aansprakelijk was voor de misgelopen vakantiedagen.
 
Tegen deze uitspraak ging de Staat in hoger beroep. De Staat nam het standpunt in dat in deze zaak niet werd voldaan aan de strenge eisen van de 'gekwalificeerde schending', zoals opgenomen in Europese regelgeving. Naar het oordeel van het hof is dit standpunt onjuist. Naar Nederlands recht levert het uitvaardigen en handhaven van een regeling die in strijd is met een hogere (Europese) rechtsregel, een onrechtmatige daad op. Aangezien op basis van het nationale recht minder zware eisen gelden voor aansprakelijkheid dan op basis van de Europese normen, behoeft de vraag of sprake is van een 'gekwalificeerde schending' niet te worden beantwoord. Het hof oordeelt dat het feit dat de Staat een wet heeft afgekondigd die in strijd is met Europeesrechtelijke verplichtingen, naar Nederlands recht een onrechtmatige daad is in de zin van artikel 6:162 BW en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.
 
Lees hier de volledige uitspraak.