Is de wijze waarop het kredietvergoedingspercentage door de bank wordt vastgesteld voldoende bepaalbaar

1 november 2013
 
Arnout Schennink en Anne Spaargaren schreven een 'wenk' in Rechtspraak Contactenrecht (RCR) bij een uitspraak van het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (Geschillencommissie) op 21 mei 2013.
In de onderhavige casus speelde de vraag of de wijze waarop het (variabele) kredietvergoedingspercentage werd
vastgesteld door de bank voldoende bepaalbaar was voor de consument.
 
Consument heeft samen met zijn partner een kredietovereenkomst met de Bank afgesloten tegen een variabel kredietvergoedingspercentage. Tot zekerheid voor de nakoming van hun verplichtingen voortvloeiende uit deze overeenkomst heeft de Bank een recht van tweede hypotheek gekregen op het woonhuis van Consument en zijn partner. Consument stelt zich op het standpunt dat niet bepaalbaar is hoe het kredietvergoedingspercentage wordt vastgesteld. Consument vordert dat de Bank wordt veroordeeld met terugwerkende kracht het 3-maands Euribortarief op de kredietovereenkomst te hanteren en het te veel in rekening gebrachte bedrag aan hem te vergoeden.