Herhaaldelijk schadeveroorzakend gedrag door werknemer geen dringende reden voor ontslag op staande voet

16 januari 2014
 
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft onlangs geoordeeld dat het herhaaldelijk onzorgvuldige en onoplettende rijgedrag van een werknemer, werkzaam als vrachtwagenchauffeur, geen dringende reden oplevert voor ontslag op staande voet.
 
De werknemer (50 jaar oud) was sinds 1999 in dienst van de werkgever. In de periode juli 2011 tot en met mei 2012 had de werknemer tweemaal een officiële waarschuwing gekregen wegens het toebrengen van schade aan het vervoermiddel van de werkgever door onvoorzichtig en roekeloos rijgedrag. Nadat de werknemer in november 2012 wederom in korte tijd meermalen schade wegens roekeloos gedrag had veroorzaakt, is de werknemer op 29 november 2012 op staande voet ontslagen. De centrale vraag was of in onderhavig geval sprake was van roekeloos gedrag ex artikel 7:678 aanhef en onder g BW en derhalve van een dringende reden.
 
Het hof overweegt, in lijn met de voorzieningenrechter, dat de beschadiging van goederen van de werkgever ingevolge artikel 7:678 lid 2 onder g BW pas een dringende reden kan opleveren, indien deze beschadiging opzettelijk geschiedt dan wel ondanks waarschuwing wordt veroorzaakt door roekeloos gedrag van de werknemer. Naar het voorlopig oordeel van het hof verdient het gedrag van de werknemer bij de laatste twee schades van november 2012 het predicaat onvoorzichtig of onoplettend, maar roekeloosheid in de zin dat sprake is van afwezigheid van alle redelijkerwijs te betrachten zorg valt, mede gelet op de verklaringen van de werknemer, voorshands niet aan te nemen. Dat de werknemer naar aanleiding van eerder schadeveroorzakend gedrag voordien tot twee keer toe was gewaarschuwd om beter op te letten en zorgvuldiger om te gaan met de vrachtwagen en de door hem vervoerde goederen, maakt dat niet anders. De feitelijke gedragingen in november 2012 dienen uitgangspunt te zijn voor het oordeel of (bewust) roekeloos is gehandeld en staan in beginsel los van de vraag of de werknemer eerder was gewaarschuwd voor ander onzorgvuldig handelen.
 
Het hof oordeelt dat de aan de werknemer verweten gedragingen in november 2012 niet voldoen aan de in artikel 7:678 lid 2 onder g BW genoemde eis van (bewuste) roekeloosheid. De werkgever had dan ook niet mogen grijpen naar het zware middel van een ontslag op staande voet. Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter.