Een toetredende vennoot is aansprakelijk voor 'oude' schulden vof en cv

8 april 2015
 
Sinds de inwerkingtreding van het Wetboek van Koophandel (WvK) in 1838 bestond onduidelijkheid over de vraag of vennoten die toetreden tot een vennootschap onder firma (vof) of een commanditaire vennootschap (cv) ook aansprakelijk zijn voor schulden die zijn ontstaan vóór hun toetreding. In zijn arrest van 13 maart 2015  heeft de Hoge Raad de knoop doorgehakt en geoordeeld dat (toetredende) vennoten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor alle - en daarmee ook 'oude' - schulden van de vennootschap.
 
Wat is de ratio achter deze vergaande beslissing?
De Hoge Raad beslecht de jarenlange discussie hierover in rechtspraak en literatuur resoluut. Het nog steeds geldende art. 18 WvK bepaalt immers dat elke vennoot hoofdelijk verbonden is 'wegens de verbintenissen der vennootschap'. De Hoge Raad oordeelt dat deze bepaling geen beperking bevat tot verbintenissen die zijn ontstaan nadat een vennoot is toegetreden. Ook brengt volgens de Hoge Raad de strekking van de artikelen 18 en 19 WvK met zich mee dat de hoofdelijke verbondenheid van vennoten alle schulden betreft die ten tijde van hun toetreding bestaan. Anders zouden schuldeisers van een vof of cv onvoldoende worden beschermd als het afgescheiden vermogen van de vennootschap ontoereikend is. Dit zou in strijd zijn met de beschermingsgedachte achter deze bepalingen.  Een onderzoek door schuldeisers naar het moment waarop een schuld is ontstaan, is dan ook niet (meer) nodig.
 
Wat kan een toetredende vennoot doen ter voorkoming van aansprakelijkheid?
De Hoge Raad gaat in het arrest nog uitdrukkelijk in op de belangen van de toetredende vennoot. Aan die belangen wordt volgens de Hoge Raad in voldoende mate tegemoetgekomen doordat de vennoot:
  • kan bedingen dat hem inzage wordt gegeven in de schuldenpositie van de vennootschap;
  • in de gelegenheid wordt gesteld daarnaar zelf onderzoek te doen;
  • garanties kan bedingen van de overige vennoten; en/of
  • afspraken kan maken over de draagplicht ten aanzien van bestaande schulden.
 
Resumerend
Het is dus essentieel om vóórafgaand aan toetreding tot een vof of cv gedegen (due diligence) onderzoek te doen naar de schuldenpositie van de vennootschap. Daarnaast bevelen wij aan om van tevoren de onderlinge draagplicht schriftelijk vast te leggen ten aanzien van aansprakelijkheid voor 'oude' schulden. Dergelijke afspraken zullen echter niet altijd alle risico's wegnemen. Immers, een (mede) vennoot zal mogelijk ook onvoldoende verhaal kunnen bieden. De les is dus: bezint eer ge begint.
 
Heeft u vragen over dit onderwerp, of wenst u advies te krijgen? Neem dan contact op met Arnout Schennink of Wesley Vader.