Een consortium: hoe zit het met de aansprakelijkheid?

26 mei 2014
 
Een consortium is een samenwerkingsverband. Maar hoe zit dat precies? Wat een consortium is, is niet erg nauwkeurig bepaald. Je leest wel: “een tijdelijke vereniging van ondernemingen om voor gezamenlijke rekening een handelsoperatie uit te voeren”. Zo'n beschrijving gaat al uit van een paar uitgangspunten en het is de vraag of die juist zijn. Het hangt er maar van af wat een consortium precies is.

Maar wie een consortium wil aangaan moet in ieder geval bedenken hoe het zit met de aansprakelijkheid. Het gaat in deze blog nu alleen om deze kwestie.
 
Interne en externe aansprakelijkheid
Allereerst is er het onderscheid tussen de interne en de externe contractuele aansprakelijkheid. Dat laatste is de aansprakelijkheid jegens de opdrachtgever van het consortium. Stel dat we de opdrachtgever O hebben en consortium C dat uit de twee consortiumpartners A en B bestaat. Wie kan door O kan worden aangesproken? Is dat alleen A, is dat alleen B, of kunnen beiden worden aangesproken?
 
Voorbeeld: O bestelt bij C een fabriek voor € 10 mln: een machine binnen een gebouw. Aannemer A vervaardigt het gebouw waarin een machine komt die B vervaardigt. De machine kost € 7 mln. Het gebouw kost € 3 mln.
 
Ieder de eigen scope
Hoe willen A en B nu aansprakelijk zijn jegens O? Aannemer A weet helemaal niets van machinebouw en wil helemaal niet aansprakelijk zijn voor de juiste bouw van die machine. Omgekeerd wil machinebouwer B niet aansprakelijk zijn voor het gebouw. Het is denkbaar dat O een contract sluit met A en B, dus met het consortium, waarbij wordt vastgelegd dat O alleen partij A voor het gebouw kan aanspreken en partij B voor alleen de machine.
 
Interface en interference
Als O op deze wijze een contract aangaat met het consortium kan er echter iets heel belangrijks voor hem misgaan. Dit houdt verband met de problematiek van interface en interference. Het zijn de afbakeningsproblemen en de verstoringsproblemen. Een afbakeningsprobleem: A heeft een keurig gebouw gemaakt met een mooie stijve vloer, en B heeft een prima machine vervaardigd. Maar nu blijkt dat de machine niet aan de vloer kan worden bevestigd. Een verstoringsprobleem: de machine veroorzaakt door trilling resonantie waartegen het gebouw niet bestand is.
 
En toch gebeurt het
In beide gevallen heeft aannemer A het gebouw goed gebouwd, terwijl machinebouwer B een goede machine heeft vervaardigd. En toch is het geheel niet goed. Je wilt niet dat het gebeurt, maar toch gebeurt het.
Het maakt de opdrachtgever niet uit in wiens deel de fout ligt. Hij houdt of het consortium of alle consortiumpartners voor het geheel aansprakelijk. Het is zoals gezegd denkbaar dat een opdrachtgever bereid is af te spreken de verschillende partners alleen voor hun eigen deel aansprakelijk te houden. Maar als een opdrachtgever juist bij een consortium een fabriek heeft besteld (met machine en gebouw) zal hij niet bereid zijn het risico te dragen dat hij niet kan bewijzen wiens fout iets is. Hij zou dat risico wel hebben gehad als hij met twee losse contracten bij A het gebouw had besteld en bij B de machine.
 
Interne aansprakelijkheid
In het verlengde van de externe aansprakelijkheid ligt de kwestie hoe de consortiumpartners onderling de eventuele aansprakelijkheden dragen. Uitgangspunt is vanzelfsprekend dat iedere consortiumpartner alleen aansprakelijk is voor zijn eigen deel.
Maar hoe zit het intern met de interface‑ en interference-problematiek? Er valt dan dus niet aan te tonen wie er een fout heeft gemaakt. Hier hebben partijen vrijheid. Men kan dit 50/50 delen. Maar men kan in deze verdeling ook de waarde van de twee delen afspiegelen, dus in ons voorbeeld in de verhouding 3:7. Bij zeer ongelijk draagkrachtige partners, bijvoorbeeld als er een eenmansbedrijf in het consortium zit, kan men overwegen de verdeling nog anders te maken. Bedenk echter wel dat naarmate een partij minder aansprakelijk is bij afbakenings‑ of verstoringsproblemen, hij minder zijn best doet om die problemen te voorkomen.
 
De consortiumovereenkomst opschrijven
Als de consortiumpartners eruit zijn hoe ze de aansprakelijkheidskwesties willen oplossen, moet het daarna nog worden opgeschreven. Laten ze dan zo verstandig zijn niet zelf te gaan klussen, maar daarvoor een professional in te schakelen. Ik zit klaar bij de telefoon.