Aanscherping bestuur en toezicht bij verenigingen en stichtingen

2 oktober 2016
 

Op 13 juni jl. is het Wetsvoorstel Bestuur en toezicht rechtspersonen ingediend bij de Tweede Kamer. Aanleiding voor het wetsvoorstel is het grote aantal incidenten van de afgelopen jaren in de semipublieke sector waarbij sprake was van falend bestuur en toezicht. Voorbeelden daarvan zijn woningcorporaties Vestia en Rochdale en onderwijsinstelling ROC Leiden. Het wetsvoorstel is vooral gericht op het verbeteren van het bestuur en toezicht bij verenigingen en stichtingen, omdat deze rechtspersonen veel gebruikt worden in de semipublieke sector.

 

Of het wetsvoorstel uiteindelijk zal leiden tot verbetering en versterking van het bestuur en toezicht bij verenigingen en stichtingen, zal in de praktijk moeten blijken. Het wetsvoorstel heeft in ieder geval wel tot gevolg dat de aansprakelijkheidsrisico's voor bestuurders en met name commissarissen van verenigingen en stichtingen groter worden.

 

Aansprakelijkheid bij faillissement

In geval van faillissement kunnen op dit moment alleen bestuurders en commissarissen van commerciële stichtingen door de curator aansprakelijk worden gesteld voor het tekort in de boedel, als het faillissement in belangrijke mate is veroorzaakt door onbehoorlijk bestuur. Deze regeling gaat straks voor bestuurders en commissarissen van alle rechtspersonen gelden. Dit betekent dat de bewijsvermoedens dat sprake is van onbehoorlijk bestuur als niet is voldaan aan de publicatie- en/of boekhoudplicht, voor alle bestuurders en toezichthouders gaan gelden. In de praktijk zijn deze bewijsvermoedens een belangrijk wapen van de curator, waardoor bij faillissement sneller sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid. De aansprakelijkheidsrisico's van bestuurders en commissarissen van verenigingen en stichtingen worden hiermee dus groter. Er wordt slechts een uitzondering gemaakt voor onbezoldigde bestuurders en commissarissen, zoals van een sportvereniging. Voor hen gaan de hiervoor genoemde bewijsvermoedens niet gelden.

 

Norm voor taakvervulling bestuurders en commissarissen

De norm waarnaar bestuurders en commissarissen zich bij de vervulling van hun taak moeten richten, is voor de NV en de BV in de wet vastgelegd. Zij moeten zich bij de vervulling van hun taak richten naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Deze norm gaat straks ook gelden voor bestuurders en commissarissen van alle rechtspersonen.

 

Hoofdelijke aansprakelijkheid commissarissen voor onbehoorlijke taakvervulling

Als het bestuur zijn taak onbehoorlijk vervult, zijn alle bestuurders in beginsel hoofdelijk aansprakelijk voor de daarvoor ontstane schade. Deze regeling gold al voor commissarissen van commerciële verenigingen en stichtingen, maar gaat nu ook gelden voor commissarissen van niet-commerciële verenigingen en stichtingen.

 

De hoofdelijke aansprakelijkheid betekent een verzwaring van de aansprakelijkheidsrisico's voor deze commissarissen. Op dit moment moet namelijk nog voor iedere commissaris individueel worden aangetoond dat sprake is van een persoonlijk ernstig verwijt, alvorens hij aansprakelijk is. Na invoering van het wetsvoorstel zijn alle commissarissen in beginsel hoofdelijk aansprakelijk en is het aan henzelf aan te tonen dat zij niet ernstig verwijtbaar hebben gehandeld.

 

Monistisch bestuurssysteem (one-tier board) mogelijk bij alle rechtspersonen

Naast de hiervoor genoemde wijzigingen die met name betrekking hebben op de aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen, kan straks iedere rechtspersoon kiezen voor een monistisch bestuurssysteem (one-tier board). Dit houdt in dat de toezichthoudende taak wordt uitgevoerd door niet-uitvoerende bestuurders die gezamenlijk met de uitvoerende bestuurders het bestuur van de rechtspersoon vormen. Over het algemeen wordt er vanuit gegaan dat niet-uitvoerende bestuurders meer betrokken zijn bij het bestuur van de rechtspersoon, waardoor zij nauwgezetter toezicht kunnen uitoefenen dan een (aparte) raad van commissarissen.

 

Uniformering tegenstrijdigbelangregeling

Er is nu geen wettelijke tegenstrijdigbelangregeling voor bestuurders en toezichthouders van verenigingen en stichtingen. Door uniformering van de tegenstrijdigbelangregeling voor alle rechtspersonen, mogen bestuurders en commissarissen met een tegenstrijdig belang in beginsel niet deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming over het betreffende onderwerp.

 

Ontslag van bestuurders en toezichthouders bij stichtingen

Op dit moment is het lastig om een bestuurder van een stichting te ontslaan. Een bestuurder kan alleen worden ontslagen als hij (evident) onrechtmatig handelt of wanneer sprake is van financieel wanbeheer. Om de mogelijkheden van ontslag te vergroten, bevat het wetsvoorstel een regeling op basis waarvan de bestuurder kan worden ontslagen wegens verwaarlozing van zijn taken, wegens andere gewichtige redenen, wegens ingrijpende wijziging van omstandigheden op grond waarvan het voortduren van het bestuurderschap in redelijkheid niet geduld kan worden, en wegens het niet of niet behoorlijk voldoen aan een bevel van de voorzieningenrechter. Met deze regeling wordt aangesloten bij de criteria voor ontslag van een commissaris van een structuurvennootschap door de Ondernemingskamer.

 

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met Arnout Schennink (a.schennink@lexence.com), advocaat litigation.