Aankomende herziening aanbestedingswet; Jan-Willem Raadgever lid van werkgroep

16 april 2014
 
Door middel van het aanbestedingsrecht wordt de wijze waarop overheden (en daaraan gelieerde partijen, de zogenaamde publiekrechtelijke instellingen) inkopen, gereguleerd. Op grond van Europese richtlijnen dienen overheden hun opdrachten met een waarde boven een bepaalde drempel op zo'n manier aan de markt aan te bieden dat ook partijen van buiten de betreffende lidstaat in aanmerking kunnen komen voor het verwerven van de betreffende opdracht, op een vergelijkbare voet als een lokale partij dat kan. Dit noemt men ook wel Europees aanbesteden. Dit Europees aanbesteden is gebaseerd op een tweetal Europese richtlijnen. De ene richtlijn had betrekking op opdrachten vanuit de zogenaamde nutssectoren (energie, post etc.) (in Nederland geïmplementeerd onder de naam "BASS") en de andere had betrekking op leveringen, werken en diensten (in Nederland geïncorporeerd onder de naam "BAO"). Deze regelingen hadden dus betrekking op opdrachten boven een bepaalde drempelwaarde (voor diensten € 207.000, voor leveringen € 207.000 en voor werken (alles wat met bouw te maken heeft) € 5.186.000 ). Voor opdrachten onder die bedragen golden tot voor kort geen regels.
 
Sinds 1 april 2013 is de Aanbestedingswet 2012 van kracht. De Aanbestedingswet bestaat uit een viertal hoofdstukken. Hoofdstuk 2 vervangt het BAO (en lijkt daar zeer veel op) en hoofdstuk 3 vervangt het BASS (en daar geldt hetzelfde voor). Hadden de Europese richtlijnen met name tot doel om vrij verkeer tussen de lidstaten onderling te bevorderen, de Aanbestedingswet streeft een aantal andere doelen na. Zo wordt via de Aanbestedingswet er onder meer naar gestreefd om het MKB meer toegang tot aanbestedingsprocedures te geven, de administratieve lasten bij zowel de aanbestedende als bij de inschrijvende partij zoveel mogelijk te beperken en streeft men naar uniformiteit. De Aanbestedingswet heeft voor opdrachten boven de drempel niet echt grote veranderingen teweeg gebracht, onder de drempel des te meer. Voor de invoering van de Aanbestedingswet waren aanbestedende diensten in beginsel vrij hoe zij die opdrachten aan de markt wilden aanbieden. Maar sinds de komst van de Aanbestedingswet 2012 zijn er ook regels gekomen voor het plaatsen van de aanbiedingen met een waarde van onder de drempel.
 
Het ziet er naar uit dat de Aanbestedingswet, die nog maar een jaar geleden is ingevoerd, op zeer korte termijn al weer grondig herzien dient te worden. Want de Europese richtlijnen waar het BAO en de BASS op gebaseerd waren, worden vervangen door nieuwe richtlijnen. Op 11 februari jl. heeft de Raad van Ministers drie nieuwe Europese aanbestedingsrichtlijnen vastgesteld. Die richtlijnen zijn op 28 maart jl. gepubliceerd, hetgeen tot effect heeft dat deze richtlijnen uiterlijk op 18 april 2016 in de Nederlandse wetgeving dienen te zijn geïmplementeerd.
 
De drie nieuwe richtlijnen hebben betrekking op het gunnen van klassieke overheidsopdrachten, opdrachten voor aanbestedende diensten werkzaam in de sectoren water, energievoorziening, vervoer en post en de derde richtlijn heeft betrekking op concessies. In de nieuwe richtlijnen zijn de basisprincipes van het aanbestedingsrecht hetzelfde gebleven, maar de regels worden wel flexibeler ingevuld. De oorspronkelijke richtlijnen hadden, zoals hiervoor al gesteld, vooral tot doel het handelsverkeer tussen de lidstaten te bevorderen, de nieuwe richtlijnen stellen de aanbestedende diensten in staat om overheidsopdrachten ook te gebruiken voor strategische en maatschappelijke doelen (zoals milieu, innovatie, werkgelegenheid en maatschappelijke integratie).
Aangezien hoofdstuk 2 van de Aanbestedingswet gebaseerd is op het BAO en hoofdstuk 3 op het BASS, dienen in ieder geval deze twee hoofdstukken derhalve herschreven te worden in dier voege dat voldaan zal gaan worden aan de nieuwe Europese richtlijnen.
 
De Minister van EZ heeft aan de tweede kamer een evaluatie aangekondigd van de Aanbestedingswet 2012. Echter, nu op grond van de nieuwe Europese richtlijnen de Aanbestedingswet in ieder geval weer gedeeltelijk herschreven dient te worden, heeft een dergelijke evaluatie weinig zin en heeft de Nederlandse Vereniging van Aanbestedingsrecht een werkgroep ingesteld die onderzoek zal doen naar de vraag welke innovatieve elementen uit de Aanbestedingswet 2012 gehandhaafd kunnen blijven of juist niet, als gevolg van de nieuwe Europese aanbestedingsrichtlijnen. De werkgroep is samengesteld uit aanbestedingsexperts die zowel aanbestedende diensten vertegenwoordigen als marktpartijen en adviseurs. Lexence, en meer in het bijzonder Jan-Willem Raadgever, maakt als aanbestedingsexpert deel uit van deze werkgroep.