Regeerakkoord VVD en PvdA, een arbeidsrechtelijke revolutie?
30 oktober 2012

​Onder het motto ‘Bruggen slaan’ hebben VVD en PvdA maandag 29 oktober 2012 een regeerakkoord bereikt. Dit akkoord bevat een reeks ingrijpende wijzigingen op het gebied van ontslagrecht, sociale zekerheid, pensioen en arbeidsvoorwaarden.
 
In het voorwoord geven Rutte en Samsom aan dat deze wijzigingen zijn ingegeven door de gedachte dat ‘werk de snelste route naar een goed inkomen en economische zelfstandigheid blijft’. Daarom willen Rutte en Samsom de verschillen tussen flexibel en vast werk verkleinen en moet na ontslag ‘alles in het teken staan van het vinden van nieuw werk’.

 

Hieronder treft u een overzicht van de meest relevante wijzigingen.  

 
Ontslagrecht
• De ontslagroute via de kantonrechter komt te vervallen. De preventieve ontslagtoets gebeurt alleen nog door het UWV in de vorm van een verplicht ontslagadvies (in plaats van een ontslagvergunning). Het ligt in de bedoeling dat het UWV de ontslagadviesaanvragen binnen 4 weken gaat afhandelen (nu 6 tot 8 weken).
• De criteria bij ontslag wegens bedrijfseconomische redenen, waaronder het afspiegelingsbeginsel, blijven ongewijzigd, tenzij in de CAO is afgeweken.
• Werkgevers zullen een (wettelijke) vergoeding voor scholing in de vorm van een transitiebudget moeten betalen, tenzij het ontslag is ingegeven door de slechte financiële situatie van de werkgever en de werkgever failliet zal gaan als hij aan die verplichting moet voldoen. De omvang van het transitiebudget bedraagt een kwart maandsalaris per dienstjaar met een maximum van vier maandsalarissen. Ook bij het niet verlengen van een tijdelijk contract van minstens een jaar is de werkgever een transitiebudget verschuldigd.
• De werkgever kan een negatief ontslagadvies van het UWV naast zich neerleggen en toch overgaan tot ontslag. De rechter kan daarna op verzoek van de werknemer het ontslag ongedaan maken of een vergoeding toekennen. Er is geen mogelijkheid tot hoger beroep.
• Ook wanneer het UWV een positief ontslagadvies heeft gegeven, kan de ontslagen werknemer zich tot de rechter wenden. Die zal het advies van het UWV dan wel zwaar laten wegen. Indien de rechter het ontslag vervolgens onterecht vindt of in hoofdzaak aan de werkgever te wijten acht, kan hij een vergoeding toekennen.
• De ontslagvergoeding bedraagt maximaal een half maandsalaris per dienstjaar, met een grens van € 75.000 bruto.
• De preventieve ontslagtoets (door het UWV) vervalt als in de CAO is voorzien in een qua inhoud en snelheid vergelijkbare procedure.
• Een werkgever kan zich alleen nog tot de rechter wenden als hij iemand wil ontslaan in strijd met het opzegverbod (bijvoorbeeld ziekte), of een tijdelijke arbeidsovereenkomst wil ontbinden terwijl de arbeidsovereenkomst die mogelijkheid niet biedt.

 

Afschaffing ambtenarenrecht
• Het ontslagrecht van ambtenaren wordt in overeenstemming gebracht met het ontslagrecht van werknemers buiten de overheid. In dit kader worden ook secundaire arbeidsvoorwaarden van ambtenaren geharmoniseerd met secundaire arbeidsvoorwaarden in de private sector.
• In het regeerakkoord wordt expliciet opgemerkt dat ‘de mogelijkheden om slecht functionerende docenten aan te pakken, toenemen doordat de rechtspositie van ambtenaren in overeenstemming zal worden gebracht met de rechtspositie van andere werknemers’.

 

WW
• De maximale duur van de WW-uitkering wordt voor nieuwe instroom in de WW beperkt tot 24 maanden, waarbij de hoogte gedurende de eerste 12 maanden 70% van het laatstverdiende loon zal zijn en daarna nog maar 12 maanden een uitkering op bijstandsniveau zonder vermogenstoets. Daarna valt de werkloze terug in de bijstand en worden vermogen en partnerinkomen wel meegeteld. Kortom, de werkloze belandt sneller in de bijstand. Dit is de ‘pijnlijkste concessie’ die PvdA naar eigen zeggen heeft moeten doen in het regeerakkoord.
• De opbouw van het arbeidsverleden ten behoeve van de WW-uitkering wordt ook aangepast. De opbouw in de eerste 10 jaar is 1 maand WW-uitkering per gewerkt jaar en daarna is de opbouw een halve maand WW-uitkering per gewerkt jaar. Daarbij wordt het reeds opgebouwde arbeidsverleden binnen het maximum van de nieuwe systematiek gerespecteerd.
• Het verhalen van de eerste 6 maanden WW-uitkering op werkgevers, zoals opgenomen in het Lenteakkoord, vindt geen doorgang. Wel willen VVD en PvdA de WW-premies vanaf 1 januari 2014 structureel met € 1,3 miljard verhogen. Deze lastenverzwaring voor werkgevers wordt, aldus het regeerakkoord, gecompenseerd door de lagere ontslagvergoedingen.
• De definitie van passende arbeid wordt aangescherpt: al na 6 in plaats van 12 maanden wordt alle arbeid als passend aangemerkt.
 
AOW
• De AOW-leeftijd wordt geleidelijk verhoogd tot 66 jaar in 2018 en 67 jaar in 2021 en vervolgens gekoppeld aan de stijging van de levensverwachting.
• Voor mensen die per 1 januari 2013 deelnemen aan een VUT- of prepensioenregeling en zich niet hebben kunnen voorbereiden op de verhoging van de AOW-leeftijd, wordt een overbruggingsregeling ontworpen.
• Er komt een doorwerkbonus voor werknemers van 61 tot 65 jaar met een laag inkomen. Hiermee kan een werknemer die doorwerkt, sparen om de financiële gevolgen van de stijging van de AOW-leeftijd vanaf 2013 op te vangen.
 
Pensioen
• Het maximale jaarlijkse opbouwpercentage voor nieuwe pensioenopbouw wordt verlaagd met 0,4%. Voor het gebruikelijke middelloonpensioen betekent dit dat jaarlijks een opbouw van maximaal 1,75% van het pensioengevend loon fiscaal wordt gefaciliteerd. Deze verlaging is gebaseerd op de, aldus het regeerakkoord, "maatschappelijk aanvaarde norm dat met veertig jaar werken iedereen redelijk in staat moet zijn een pensioen bij elkaar te sparen van 70% van het gemiddeld verdiende loon'.
• De pensioenopbouw wordt fiscaal afgetopt: er kan geen aanvullend pensioen meer worden opgebouwd voor salaris boven € 100.000 (drie keer modaal). Dit betekent dat werknemersbijdragen over pensioenopbouw boven dit salaris niet meer aftrekbaar zijn van het belastbaar loon en werkgeversbijdragen direct worden belast.

 

Arbeidsvoorwaarden
• De hoogte van de maximale variabele beloning binnen de financiële sector wordt wettelijk vastgelegd op 20% van de vaste beloning.
• De beloning van bestuurders van woningbouwcorporaties wordt versneld aangepast op basis van de nieuwe Wet normering topinkomens.
• VVD en PvdA willen in gesprek gaan met de zorgsector over een meer gelijke behandeling tussen de verschillende onderdelen van de collectieve sector. De afgelopen jaren hebben namelijk grote groepen werknemers in de collectieve sector een ‘nullijn’ moeten dulden. De werknemers in de zorg zijn hier tot nu toe uitgezonderd van geweest. Het is daarom, aldus VVD en PvdA, redelijk van hen een bijdrage te vragen, ook omdat de stijgende collectieve zorguitgaven een steeds groter aandeel in de collectieve uitgaven hebben en de loonkosten een dominante positie innemen binnen de collectieve zorguitgaven.
 
Hoe nu verder?
Voordat het regeerakkoord is omgezet in wetgeving, zal nog een heel proces moeten worden doorlopen. In het regeerakkoord geven VVD en PvdA aan dat zij ‘streven naar een gezamenlijke sociale agenda en hechten aan constructieve samenwerking met de sociale partners’. VVD en PvdA zullen daarom eerst met de werkgevers- en werknemersorganisaties om de tafel gaan zitten. Vervolgens dient de minister een wetsvoorstel te schrijven. Nadat de Raad van State advies is gevraagd, wordt het wetsvoorstel in de Tweede Kamer en vervolgens in de Eerste Kamer behandeld. Pas nadat het wetsvoorstel door zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer is aangenomen en door de Koningin is bekrachtigd, zal het voorstel als wet gaan gelden. Wij verwachten dan ook niet dat de wijzigingen op korte termijn zullen ingaan.

 

Of het regeerakkoord uiteindelijk leidt tot de beoogde versoepeling van het ontslagrecht, is nog de vraag. Het wordt mogelijk zelfs complexer. Niet alleen door de strikte ontslagtoets door het UWV (vooral in geval van onvoldoende functioneren of verstoorde arbeidsrelatie / gebrek aan vertouwen), maar ook omdat het denkbaar is dat werknemers zich heftiger zullen verzetten tegen ontslag, gelet op de beperking van de ontslagvergoedingen en WW. De ontslagvergoeding op basis van de kantonrechtersformule – de smeerolie van de arbeidsmarkt – verdwijnt immers. Bovendien is volgens het huidige ontslagrecht met de ontbindingsbeschikking van de rechter (een definitief eindoordeel) de kous af, terwijl de ontslagen werknemer straks na het advies van het UWV zich alsnog kan wenden tot de rechter.

 

Seminar
Zodra er nieuwe ontwikkelingen zijn in het formatieproces en in het bijzonder inzake de wijzigingen op het gebied van ontslag en WW, zullen wij u nader informeren. Ook zullen wij (in 2013) een aantal seminars organiseren zodra de wijzigingen definitief zijn en wij u concreet kunnen vertellen wat de wijzigingen voor werkgevers / HR managers zullen betekenen.

 

Indien u wilt reageren op deze nieuwsbrief of meer informatie wenst, kunt u contact opnemen met uw contactpersoon bij Lexence of direct met Frank ter Huurne of met Eline Bouma van het team arbeidsrecht.